Home | Spanje/Portugal | Belarus | Griekenland | Turkije | Amerika/Canada | Italie | Mnt Ventoux | koffers | schilderijen

Motorvakantie naar Turkije – 2012

7 augustus, een moeilijke start..

Om kwart voor zes gaat de wekker en om half zeven rijden we naar het Esso tankstation bij Goutum waar we Tjerk ontmoeten. Helaas regent het, maar dat zijn we wel gewend de eerste dag, hebben we de rest van de vakantie vast weer mooi weer. Via Groningen gaan we
richting Duitsland.




 

Het is heel rustig op weg. Tussen Bremen en Hannover schiet mij te binnen dat ik het kentekenbewijs en de groene kaart van de motor ben vergeten. Oei dat is stom, zonder deze papieren kom ik Turkije niet binnen. Na allerlei mogelijkheden overwogen te hebben besluiten we om weer terug te rijden en de volgende dag elkaar weer om zeven uur bij het tankstation te ontmoeten. Heel erg balen!
 

8 augustus – 895 km. van huis tot Prynonice (zuid Praag)

Tweede ronde, tweede kans, weer om 7 uur present bij het Esso tankstation. Welgemoed vertrekken we weer richting Duitsland, één voordeel de zon schijnt. We schieten lekker op, het is niet druk op de weg. De eerste 300 km komt de route ons heel bekend voor, eerder gereden! We rijden rustig door naar grens van Tsjechië. Makkelijke grensovergang, net zoals bij Nederland/Duitsland. We stoppen alleen even om geld te wisselen. Het is nog vroeg in de middag, we besluiten om naar zuid-Praag te rijden. Ik had een hotel uitgezocht, helaas: het is vol. We krijgen een adres van een ander hotel en na een telefoontje blijkt dat er nog plaats voor ons is. De motoren maar weer starten en nog een klein stukje rijden. Hé wat is dat nu, mijn motor wil niet meer starten. Hoe kan dit nu weer. We staan op een helling en ik moet de motor in de derde versnelling doen en de mannen gaan duwen. Het lukt mij niet om de motor te starten. Ritske gaat het proberen, gelukkig de motor start weer. Ik zet de motor in de versnelling, slaat hij weer af. Ja logisch de jiffy staat nog uit. Tjerk probeert de motor nu te starten, Ritske gaat duwen. Hij loopt weer, maar slaat ook direct weer af. De accu is dood. Om dit zeker te weten gaat Tjerk even meten, ja hij is echt dood. Shit. We slopen de accu er uit en Ritske en ik gaan naar hotel Magnolia. Misschien weten zij waar we een nieuwe accu kunnen kopen. Het hotel geeft ons een adres. Helaas hij heeft geen accu, maar hij neemt ons mee naar een Hyundai garage en die heeft wonder boven wel wonder een accu. Poeh, dat is hindernis één. Nu de accu nog inbouwen. Gelukkig heeft Tjerk overal verstand van en de accu zit er al snel in. De motor start ogenblikkelijk, nu maar hopen dat de dynamo niet kapot is. Morgen is er weer een dag, eerst maar naar het hotel. Daar kunnen we lekker douchen en gaan we eten. Het bier smaakt goed. Nu hoop ik toch echt dat ik morgen geen pech meer zal hebben, nu is het genoeg geweest.

9 augustus – 105 km. van Prynonice naar Pohodo U Praha

Allereerst de accu gecheckt vanochtend, hij geeft 12,52 V stroom af, maar als we de motor starten is het al weer mis. De accu wordt niet opgeladen. We moeten een Honda dealer opzoeken, er zijn er meerdere.. Het adres van de eerste is niet te vinden, het tweede wel. Ze hebben een prachtige werkplaats met allemaal Jawa racemotoren. Tjerk staat helemaal te kwijlen. Er wordt een monteur opgeroepen en die heeft direct de storing gevonden, de dynamo is kapot.









Dit komt regelmatig voor bij mijn type motor en kan onder garantie gerepareerd worden. Helaas moet het onderdeel uit Oostenrijk komen en is het pas morgen te leveren. Om één uur is de motor weer gerepareerd, zegt hij. Al weer een tegenslag, wat een ellende, net nu we zo’n lange reis maken. Als troost gaan we maar een toertje maken, ik ga bij Ritske achterop de V-strom. Onderweg drinken we uitgebreid koffie (de dag moet toch om). We zien Arriva bussen rijden, dankzij/ondanks de Europese aanbesteding. We picknicken ergens aan een rivier en rijden weer verder. Onderweg komen een bord tegen met een motormuseum.







Daar ook even kijken. Het is natuurlijk een Jawa museum. Er staan heel veel Jawa motoren en auto’s. Heel leuk om allemaal te zien. Tjerk heeft zijn type Jawa er ook tussen gevonden. Vanaf hier zoeken we om een hotel. We vinden er één in Pohoda U Praha. Het lijkt heel netjes, de prijs is goed, dus we nemen de kamers. Maar goed ook, want het begint net te regenen. We vragen waar we de motoren mogen parkeren. Ze mogen binnen staan in het grill-restaurant.

 

10 augustus – 609 km. van Pohodo U Praha naar Kecskemet (Hongarije)

Om 10:00 uur gaar mijn telefoon. We zijn net op pad voor een toertje, we moeten toch de tijd doden tot 13:00 uur. We stoppen snel en ik bel het nummer terug, volgens mij is het de motorzaak. Hoera mijn motor is klaar, geweldig ik ben zo blij als een kind. We rijden snel naar de Honda dealer. We hoeven niet eens te betalen, het onderdeel valt onder garantie. Ik moet mijn adresgegevens doorgeven en een handtekening zetten. Om half elf rijden we weer. Super. We rijden op de snelweg richting Brno, daarna door Slowakije, op naar Hongarije. Hier moeten we een vignet kopen. Ritske is dit vergeten en wil doorrijden. Ik toeteren, ja hij hoort het. Bij een balie kopen we een vignet voor € 6,50 per motor. Daar willen we geen gedoe voor hebben. Overal op de snelweg kun je geflitst worden en wordt er gecontroleerd of je wel een vignet hebt. Het waait behoorlijk in Hongarije. Bij Boedapest is het erg druk, file. Na Boedapest is het nog een uurtje rijden. We halen ons oorspronkelijk doel: Kecskemét. Wie had dat vanochtend gedacht. Ik ben de hele weg blij geweest, de motor rijdt weer heerlijk.
Eerst even douchen en dan een hapje eten. We zitten in het centrum. Het is een prachtig stadje. Eerst kunnen we nergens een eettent vinden.



 Het zijn allemaal drinkgelegenheden op z’n Duits. Lange tafels met banken en allemaal dranktentjes. We vragen op het laatst maar waar we iets kunnen eten. Net achter de dranktentjes is een restaurant. We zitten heerlijk buiten op het terras te eten met muziek op de achtergrond. Het is feest in het stadje, gezellig. We gaan nog even bij het podium kijken, goed idee want het is daar erg leuk. Allemaal mensen aan het dansen. Ik word uitgenodigd om met een oude Hongaar te dansen. Hij danst in zijn blote bast, heeft een zwarte hoed op en anderhalve tand in de mond. Hij kan ontzettend goed dansen. Even verderop is een hele zigeunerfamilie aan het dansen een schitterend gezicht. Voor ons het podium met twee artiesten en achter ons de dansende zigeunerfamilie. Even later moet ik meedansen met vier vrouwen. Het is heel gezellig. De mannen willen niet dansen, uiteindelijk doet Tjerk nog een Russische dans wat de vrouwen geweldig vinden. We hebben een hele gezellige avond.

 11 augustus – 500 km. van Kecskemet naar Sibiu (Roemenië)

Lekker ontbijt gehad in het hotel en om een uur of negen gaan we op pad. De eerste 100 km is nog snelweg, maar dan wordt het tweebaans en vreselijk druk. Ze zijn bezig een nieuwe snelweg te maken, maar die is nog niet klaar. Gelukkig kun je met een motor snel inhalen. We rijden een gigantische file voorbij en wat is nu de oorzaak van de file? Een hobbelige spoorwegovergang. Ja daar hebben ze respect voor. We vorderen langzaam. We besluiten om naar Sibiu te rijden i.p.v. Arvig, dat scheelt een 30 km. Nu is dat niet zoveel, maar we zijn in Roemenië in een andere tijdzone gekomen, het is inmiddels een uur later en de lucht staat ons ook niet aan. In Sibiu had ik ook een hotel uitgezocht, maar dat is vol. We zoeken een ander hotel en die heeft alleen nog een driepersoons kamer vrij, ook prima. De motoren mogen op het terras staan, achter het hek. Na het douchen lekker eten op het terras en nog een klein blokje om. Al weer een dag voorbij.


Oorlogsmonument en Universiteit in Sibiu (verboden te fotograferen staat op het bord aan de lantaarnpaal, kunnen we net niet lezen)




 

12 augustus – 478 km. van Sibiu naar Giurgiu (Roemenië)

Na het ontbijt laden we alles weer op en vertrekken richting de Transfagarasanpas. Het weer lijkt niet zo mooi, de bergen zijn verdwenen in dikke wolken. Als we af moeten slaan naar de pas gaan we eerst tanken en na overleg besluiten we de pas niet te gaan rijden. Het is helemaal niet leuk om in de wolken, mist en regen te rijden, je ziet niets en het is ook nog gevaarlijk. We gaan rechtstreeks naar Boekarest. Onderweg begint het te miezeren, we trekken de regenkleding aan. Natuurlijk staan er weer zwerfhonden om ons heen. Roemenië is berucht om zijn zwerfhonden. Ze doen niets, ze staan alleen te wachten op iets eetbaars. Als Tjerk een plastic zak om zijn schoen wil doen, sprint een hond op hem af, de hond wordt helemaal gek, hij snuffelt maar aan de plastic tas. Heeft Tjerk een paar maanden geleden vlees gehaald bij de slager en de honden ruiken het nog, ze hebben een scherpe neus. Op een gegeven moment is er weer een file van wel 10 km. en waarom? Op deze miezerige zondag wil iedereen gaan winkelen in een stadje. Wat een drukte. Gelukkig kunnen wij weer om de file heen rijden. We komen wel een politiewagen tegen en die roept iets tegen ons, maar dat kunnen we niet verstaan. Als hij uit het zicht is gaan we gewoon weer om de file heen. Onderweg zien we ook diverse ongelukken. We stoppen even om een broodje te eten op een parkeerplaats. De mannen willen beneden staan met de motoren en niet aan de weg. Als ik opstap om naar beneden te rijden glijdt mijn rechtervoet uit op de dikke stenen en kan ik de motor niet meer rechtop houden. En daar ligt de motor, gelukkig spring ik er op tijd af. Alleen ‘blikschade’ aan de rechter kant en het glas van de spiegel is gebroken. $%^&* Bah, dat heb ik weer, ontzettend balen. Mijn humeur is ver onder het vriespunt. Relativerend: geen persoonlijk letsel, op naar Boekarest. In Boekarest rijden we tot vlak voor het paleis van Ceaușescu. Wat een groot gebouw. We bekijken de buitenkant en maken wat foto’s. We rijden door naar Giurgiu, de laatste plaats voor de grens. Hier vinden we weer een keurig hotel. Onderweg begint Tjerk ineens te toeteren. Heb ik mijn valprop verloren waar ik ook altijd mijn been opleg. Tjerk rijdt met mij terug en het ligt er nog, midden op de weg. Eerst even keren en weer op de juiste weghelft vind ik de valprop aan de kant van de weg terug en het afstandsbusje midden op de weg. We hebben niet de juiste maat imbussleutel bij ons, morgen maar een garage zien te vinden.

13 augustus – 478 km. van Giurgiu naar Edirne (Turkije)

We gaan weer op weg, op naar Bulgarije. Bij de grens staan weer een tiental honden, we kunnen er gewoon tussendoor rijden. Na de grens hebben we het Roemeense geld omgewisseld voor Bulgaars geld. Heel Bulgarije moeten we via een tweebaans weg door. Het eerste gedeelte zijn nog wel een aantal vrachtauto’s, maar halverwege komen we op een hele rustige weg dwars door een prachtig natuurgebied. Ik stop bij een bandenreparatieservice. Nou ja het is nogal een súterig hokje. Eerst heeft hij geen imbussleutel, maar als Ritske hem een voorbeeld laat zien heeft hij toch een passende imbus. Allereerst maken ze de schroefdraad weer netjes. Als ik vertel dat er nog een afstandsbus tussen moet zegt hij dat dat niet goed is vanwege de slechte schroefdraad. Na lang zoeken in een oud hok in een bak met rommel vindt hij een buisje wat er precies om heen past, hier een stukje vanaf flexen en alles kan weer in elkaar. Ik geef de man 5 Bulgaarse lei, dat is ongeveer € 2,50. De ogen vallen hem bijna uit zijn hoofd en hij krijgt er een kleur van. Heeft die ook weer een goede week, ik ben allang blij dat hij mij heeft geholpen. Na nog een dikke 300 km zijn we bij de Turkse grens. Het is een heel circus om over de grens te komen. We zijn wel bij tig hokjes langs geweest. Eerst het paspoort laten zien, naar een ander hokje voor een visum, weer terug naar het eerste hokje. We mogen door. Dat gaat vlot zeg, maar als we bij de eindcontrole(goed dat die er is) komen moeten we weer terug om de motor in het paspoort te laten schrijven. Dan wordt Ritske er uit gepikt en moet naar een apart gebouw. Hier moet de motor naar binnen en die wordt helemaal gescand op drugs. De man is heel attent en vraagt of Tjerk en ik de laatste stempel al in ons paspoort hebben. Die moeten we weer bij een ander hokje halen. Hé hé, daarna mogen we eindelijk Turkije binnen. Na een kwartiertje rijden komen we in Edirne bij het hotel aan. Onze koffers worden galant naar boven gebracht, eerst maar even lekker douchen. Edirne is een mooie oude stad, we slenteren wat rond en zoeken een plekje om te eten. We eten heerlijk op een terrasje aan de kant van de weg. Heel goed verzorgd, na het eten krijgen we Turkse thee aangeboden en verfrissingdoekjes voor de handen.








14 augustus – 251 km. van Edirne naar Istanbul

Tjerk gaat in Turkije voorrijden. Hij mist bijna de afslag naar Istanbul, maar ziet het nog net op tijd. We moeten eerst een pasje kopen voor de snelweg. Tjerk was bijna doorgereden door een openstaande tolpoort. Gelukkig hebben we hem kunnen stoppen. Met het pasje op zak rijden we over de snelweg naar Istanbul. Het is een prachtige zesbaans autosnelweg met bijna geen auto’s. Leggen ze een grote brede snelweg aan, maken ze de tol te duur en rijdt er bijna niemand op. Wij moesten € 25 betalen voor een tolwegvignet, best wel duur. Hoe dichter we bij Istanbul komen hoe drukker het wordt. Voor het einde van de tolweg is een behoorlijke file. Als we door het tolpoortje zijn kookt Tjerk zijn motor bijna. Die van Ritske geeft geen krimp, dit geeft weer moed, want voor de vakantie was de thermostaat kapot. In Istanbul raakt Tjerk het spoor een beetje kwijt en neemt Ritske het over. Die verrijdt zich ook, maar na een omweg en op het laatst heel veel kleine straatjes bereiken we het hotel. Ik mag weer vragen of er ruimte is. Ja hoor. € 336 voor twee nachten. Dit vinden wij veel te duur. Als ik weer terug kom bij de balie krijgt iemand voor mij een eenpersoonskamer voor € 42. Wij kunnen nu ook een één- en tweepersoonskamer krijgen voor een kleine honderd euro per nacht. Na een douche gaan we met de metro en tram de stad in. We bezoeken eerst de Blauwe Moskee. We zijn eigenlijk niet zo onder de indruk, maar we zijn er geweest. Daarna bezoeken we de Aya Sofia. Een kennis van Tjerk heeft zijn dochter hier naar vernoemd. Dit moeten we even bezoeken natuurlijk. Deze moskee vinden we veel mooier. Daarna gaan we op zoek naar de Grand Bazaar. Wat een winkeltjes en wat is het hier groot, we verdwalen bijna. Wel veel van hetzelfde trouwens. We zoeken een uitgang op en lopen op de garmin terug naar een straat vlak bij de Galatabrug. Daar eten we bij een tentje en gaan daarna weer terug met de metro. In een zijstraatje vlak bij ons hotel drinken we nog een biertje en wijntje en daarna gaan we lekker slapen.







15 augustus – 0 km. dagje Istanbul

Lekker rustig aan gedaan vanochtend, we gaan nog een dag Istanbul bezoeken. Eerst gaan we naar het Topkapi Paleis Museum. Het is er ontzettend druk. Jeanet had al gewaarschuwd om hier vroeg naar toe te gaan. We bekijken alles, heel veel pracht en praal van vroegere sultans. Heel erg mooi, maar ook heel erg druk. Daarna bezoeken we de kruidenbazaar. Hier maken we wat foto’s. Welke kruiden we moeten kopen weten we toch niet. Na een lekker koel drankje op een terras, gaan we terug over de beroemde Galata brug. Onderin zijn allemaal restaurantjes. Hier eten we een broodje vis voor maar € 2,50, heerlijk. We lopen verder boven over de brug. Met de tram gaan we weer terug naar het hotel. Eerst even douchen en dan een tukkie doen. We slapen diep en worden om zes uur gewekt door mijn telefoon, medicijntijd. Maar goed ook anders waren we heel laat wakker geworden. We gaan op zoek naar een restaurant, waar we weer heerlijk eten. Na het eten nog een paar borreltjes in een café en niet te laat naar bed. Morgen gaan we naar Ankara.







 

 

16 augustus – 450 km. van Istanbul naar Ankara

We halen de motoren van het bewaakte parkeerterrein. Ze staan nog keurig in de schaduw onder een boom. Tjerk rijdt als eerste weg en vergeet helemaal te betalen. Het kost € 7,50 per dag, wij betalen maar even voor hem. Het is erg opletten in Istanbul, wat een heksenketel is het verkeer hier. Al snel zitten we op de rondweg naar Ankara. Er loopt een grote snelweg tussen Istanboel en Ankara. Het wordt wel steeds kouder onderweg. De weg loopt over een bergrug en het hoogste punt is 1580 meter, vandaar de kou. De benzine is trouwens ook niet te betalen aan deze weg, € 2,15 per liter. ’t Is dat duwen zo moeilijk gaat, maar anders…. Gelukkig is het in Ankara niet zo druk als in Istanbul. Het is niet moeilijk om het hotel te vinden. Het eerste hotel dat Tjerk heeft uitgezocht is behoorlijk duur, € 90 per nacht voor een tweepersoons kamer. Het hotel er naast maar eens proberen, die vraagt precies de helft voor één nacht. Dit hotel nemen we. Als we vragen waar we de motoren mogen parkeren wordt de deur van een leegstaande winkel geopend en daar mogen we de motoren parkeren. Kan niet beter. Eerst maar even douchen en daarna op zoek naar wat eten.

17 augustus – 0 km. dagje Ankara

Volgens de receptionist kunnen we beter met de taxi dan met de bus naar het mausoleum van Atatürk gaan, scheelt maar een paar lire. We bekijken eerst het museum. Atatürk heeft geleefd van 1881 – 1938, hij is maar 57 jaar geworden. Ze hebben hele veldslagen nagebouwd, prachtig mooi om te zien, maar er is heel veel gevochten, vooral tegen de Grieken. Het is een heel groot gebouw, heel mooi. Op iedere hoek staan mannen op wacht, onbeweeglijk. In het grootste en hoogste gebouw staat een marmeren tombe waar Atatürk in ligt. Daarna laten we ons door een taxi naar het oude Ankara brengen. Hele kleine straatjes met heel veel kleine winkeltjes. We horen een koperslager aan het werk en lopen de winkel binnen. Ritske let niet goed op en loopt met zijn hoofd tegen een groot bord aan, wat daardoor op de grond valt. Gelukkig hindert het niets volgens de Turk. Hij laat ons zijn werk zien en demonstreert hoe hij een kandelaarvoet van koper maakt. Interessant. We eten even iets in de schaduw en lopen dan terug naar de Atatürk boulevard. We nemen de bus terug naar het hotel waar we even een tukkie doen. Vanavond weer met de bus terug naar het centrum om iets te eten. Na ons dutje (we worden al echt oud hoor) lopen we een stuk en komen op een Turkse markt, wat een drukte. Het verkeer is ook een chaos, iedereen rijdt door elkaar heen, maar het komt allemaal goed. We zien een leuk terras, maar we zijn nog iets te vroeg. We gaan op een muurtje zitten wachten tegenover een moskee met een park er omheen. Hier zitten heel veel families te wachten tot de zon onder is om dan te gaan eten. Dan komt de politie op ons toe en zegt dat we hier niet mogen zitten. We gaan naar het terras om daar iets te eten. We drinken eerst wat fris, geen alcohol, dat mag niet. Als we vragen of we iets kunnen bestellen, zegt de ober dat iedereen hetzelfde eten krijgt vanwege de ramadan. Is ook goed, wij zijn niet minder dan de Turken, eten we gewoon mee. Even later komt de baas en die vertelt ons dat alle tafels gereserveerd zijn en dat we moeten vertrekken. Nou ja zeg, heel vreemd, maar we gaan toch maar. We lopen richting het hotel, schuin tegenover het hotel zien we weer een restaurant. Hier kunnen we wel eten. Na het eten gaan we in het hotel ons even opfrissen en dan gaan we weer met de bus naar het centrum en daar drinken we ergens achteraf een paar biertjes en wijntjes.












18 augustus – 318 km. van Ankara naar Ürgúp

We worden wel achtervolg door pech, nu zijn we het fototoestel kwijt, bah. Gelukkig heb ik t/m Istanbul de foto’s op de computer gezet, alleen die van Ankara zijn we kwijt. We rijden een hele lange rechte weg naar het zuidoosten. Het is een vierbaansweg, maar meestal mag je niet harder dan 90. Onderweg zien we een drooggevallen meer, het lijkt net op de zoutvlakte van Bolivia, alleen dan veel kleiner. We stoppen om even op de vlakte te lopen en een bakkie te drinken. Daarna rijden we door tot Ürgüp. Hier is het weer handjeklap om het over de prijs van het hotel eens te worden. Eerst kunnen we maar één nacht blijven, daarna komt er iemand naar ons toe en zegt dat hij in het hotel ernaast wel kamers heeft voor twee nachten. Prachtige kamers, maar te duur. Nu kunnen we ineens wel in het eerste hotel twee nachten blijven voor € 50 per nacht. Na een douche en een drankje besluiten we om nog een ritje te maken in de omgeving. Het is nog maar vier uur. De garmin verslikt zich en Tjerk gaat voorop rijden. We stoppen hier en daar en maken wat foto’s, gelukkig hebben we nog een camera. We komen bij een verschrikkelijk steile afdaling met hele scherpe haarspeldbochten en allemaal kasseien. Daar ga ik niet naar beneden, één keer de motor laten vallen is genoeg. Ritske is zo lief om eerst mijn motor naar beneden te rijden, weer helemaal naar boven te lopen en dan ons beiden op zijn motor naar beneden te rijden. We hebben erg genoten van de omgeving, wat is het hier mooi. Om half zeven zijn we weer bij het hotel en frissen we ons op om in het centrum te gaan eten.






19 augustus – 139 km. Ürgúp – rondje Cappadocia

Vandaag gaan nog meer wonderen van Cappadocia bekijken. http://www.droomplekken.nl/europa/turkije/cappadocie.html  Het is echt een wonder, wat een machtig mooi natuurgebied, het mooiste wat we tot nu toe gezien hebben. Toen twee jaar geleden de Pelgrimscode voor de tv was en Cappadocia daarin te zien was, zei ik tegen Ritske: ‘daar wil ik nog een keer naar toe’, en nu zijn we er. Super mooi. We rijden steeds maar kleine stukjes, dan is er al weer iets moois te zien. ’s Middags rijden we een ander stuk, waar de natuur weer heel anders is. We proberen een ondergrondse stad te vinden, maar die zijn steeds gesloten. We zien wel een nomadenkamp aan de kant van de weg. Ze wonen in oude vouwwagens met afdekzeilen, heel rommelig. Tjerk verteld dat deze mensen het hele land doortrekken om katoen te plukken. Het fototoestel is ook weer terecht, op de markt in Ankara had ik een tas gekocht en het fototoestel in dezelfde plastic tas gedaan, oeps, beter nadenken voortaan Aly.
























20 augustus – 352 km. van Ürgúp naar Mersin

Vanochtend was het maar 20 graden, lekker de trui aangedaan. We moeten nog over het Taurusgebergte, daar zal het ook wel koud zijn. We komen op een hele mooie snelweg waar Tjerk per ongeluk de verkeerde afslag neemt. We gaan weer richting Ankara i.p.v. Adana. We keren zo snel mogelijk. Overal staan tolpoortjes, maar we hoeven niet te betalen, zo nieuw is de weg. Als we even pauzeren raken we aan de praat met een Turkse buschauffeur. Hij leidt een groep Indonesische toeristen rond. Eindelijk eens normaal met een Turk gesproken, hij is helemaal niet opdringerig. Als we weer verder gaan moeten we eigenlijk zo snel mogelijk een benzinepomp vinden, de tank is al behoorlijk leeg. Aan de nieuwe snelweg hebben ze nog geen benzinepompen gebouwd. Gelukkig vinden we na 10 km een benzinepomp. Nog een klein stukje en dan zijn we in Tarsus. We zoeken om de tempel van Paulus, eindelijk vinden we die in een achteraf buurt. Er staan ook direct weer jongens om onze motoren en die wijzen ons een gat aan in het hek zodat we ook even binnen kunnen kijken. Het is een grote ruïne. Daarna gaan we op zoek naar de bron van Paulus. Als we daar aankomen zit dezelfde buschauffeur daar te theedrinken. We moeten direct aanschuiven en krijgen ook thee aangeboden. Geweldig die Turken. Daarna mogen we ook nog een liter frisdrank (gekoeld) delen, heerlijk in die warmte. Het is na het Taurusgebergte echt warm geworden. Als we overal foto’s van hebben genomen gaan we richting Mersin op zoek naar een hotel. Tjerk zijn tomtom is in de war, hij leidt ons over een heel lang onverhard pad wat ook nog dood loopt. Weer terug. In Mersin komen we eerst op een industrieterrein, hier is geen hotel. In het centrum vinden we een mooi hotel. Nu snel onder de douche, dat is wel nodig.





21 augustus – 344 km. van Mersin naar Alanya

Vandaag bereiken we onze eindbestemming, Alanya! We hebben ondertussen al 5000 km gereden. De eerste 100 km vanuit Mersin is niet leuk om te rijden, allemaal bebouwing en druk, druk. Daarna komen we in de bergen, dit is heel leuk. We slingeren rustig door, stoppen eens om te tanken of wat te drinken. Tjerk heeft behoorlijk de gang erin, hij ruikt de stal. We moeten hem vragen wanneer we eens wat gaan eten, hij rijdt maar door en door. Eindelijk stoppen we bij een Turks stalletje aan de kant van de weg. Er stoppen nog twee motoren (twee CBR 250R). We raken aan de praat met de Turkse bestuurders. Ze vinden het geweldig dat we helemaal rijdend vanuit Nederland zijn gekomen. Eentje vraagt of we ook een website hebben met onze reisverslagen. We vertellen dat dit de bedoeling is en we wisselen email adressen uit om elkaar op de hoogte te houden. Dat het in het Nederlands is, is geen probleem, hij heeft een Nederlandse vriendin en kan het haar laten vertalen. We zullen hem een mail sturen als de website klaar is. Dit is het leuke van reizen, je ontmoet allerlei mensen met allerlei verhalen. Met z’n vijven rijden we naar Alanya. Daar brengt Tjerk ons naar zijn vriend Ali, hij zou een hotel voor ons voor een paar nachten regelen. Ali is er niet en het hotel is ook niet geregeld. We gaan zelf op zoek en vinden een eenvoudig, niet te duur hotel. Hier blijven we drie nachten, dan zijn de gasten uit het familiehuis weer weg en kunnen wij in het huis logeren.




22 augustus – 0 km. dagje strand in Alanya

Lekker rustig aan gedaan vanochtend en naar het strand gegaan. Hier geluierd, gezwommen, gelezen en geslapen. We hebben een strandbed en parasol gehuurd. We zitten alleen maar in de schaduw van de parasol, in de zon is het veel te heet. Ondanks dat ben ik toch verbrand, voortaan nog beter oppassen dus.


 

23 augustus – 0 km. dagje strand in Alanya

Hetzelfde gedaan als gisteren, alleen beter opgepast met de zon. Volgens de thermometer bij een hotel was het vanmiddag 40 graden, warm genoeg. Dan is na een dagje strand een douche en een kamer met airco heerlijk. Heerlijk relaxen aan het strand ’s Avonds een cocktail drinken.

24 augustus – 15 km. van Alanya naar Tjerk zijn huis in de bergen

Om 09:30 uur zijn we bij Ali, waar we Tjerk weer gaan ontmoeten. Eerst ontmoeten we Piet, (Tjerk zijn schoonzoon en huiseigenaar) hij komt toevallig even bij Ali langs. Tjerk komt aanrijden op zijn oude Jawa, prachtig. Eerst gaan we langs een café waar we Betty ontmoeten. Zij woont nu al bijna zeven jaar in Turkije en woont samen met een Turk. Ze werkt als reisleidster op busexcursies. We drinken koffie met z’n vieren en wisselen nieuwtjes uit. Daarna rijden we naar boven, het eerste stuk gaat prima, maar dan komt het. Wat een rotweg, een karrenspoor gelijk. Eén stukje durf ik niet te rijden, de rest heb ik helemaal zelf gereden, het zweet loopt me bij de rug neer. Poeh niet een rit om voor de lol op de motor even te doen. Eerst maar een douche nemen. ’s Middags gaan we naar een rivier, de Dimçayi. Hier zijn allemaal bedbanken. We drinken hier wat en Mark (zoon van Piet) gaat even zwemmen. Daarna boodschappen doen en weer de berg op. Gelukkig gaan we met z’n allen in de auto.




25 t/m 27 augustus – 0 km. 3 dagen in het huis van Tjerk in de bergen

’s Ochtends slapen we uit en relaxen we bij het zwembad. ’s Middags gaan we met Tjerk naar beneden naar de Sanay. Hier zijn allemaal kleine bedrijfjes in auto- en motoronderdelen, houtbewerkingsbedrijfjes enz. We zoeken om een spiegel voor mijn motor, helaas zijn we de originele spiegel vergeten. Maandag nog maar een keer kijken. Zondagmiddag gaan Tjerk en Ritske naar de kapper. Dit is een heel feest. Eerst worden ze geschoren, de haren in het oor worden weggebrand. Het haar wordt geschoren met de tondeuse en het hele gezicht wordt ingesmeerd met een of ander reukspul. Het zoontje van de kapper helpt overal ijverig mee. Hij gaat Ritske nog masseren, terwijl de kapper Tjerk onderhanden neemt. Daarna gaan we wat drinken aan het strand en eten bij Floyd. Dit is een Turk die 30 jaar in Nederland heeft gewoond en nu een restaurant in Alanya heeft. Alle Turkse obers spreken Nederlands. Er zijn dan ook allemaal Nederlandse gasten. We eten heerlijk. We lopen nog een rondje door de haven en gaan daarna weer naar boven. Beneden is het ontzettend warm en vochtig, iedereen loopt te zweten. Onderweg naar boven kunnen we niet verder. Er zijn allemaal mensen op straat. Er is een bruiloft en iedereen zit op straat naast het dorpshuis. De mannen aan de ene kant en de vrouwen aan de andere kant. We feliciteren de bruid en bruidegom. Het laatste stukje lopen we. Een vriend van Piet brengt even later de auto thuis. We zitten nog even gezellig buiten om af te koelen. Maandagmiddag kopen we op de Sanay een spiegel voor mijn motor. We drinken wat op een terras aan zee en eten daarna een heerlijke Turkse pizza van een meter lang, gepresenteerd op een lange houten plank.








28 augustus – 390 km. van Alanya naar Pamukkale

We gaan weer verder, eigenlijk begint nu de terugreis. We nemen hartelijk afscheid van Piet en bedanken hem voor zijn gastvrijheid. Ritske brengt mijn motor naar beneden (durf ik zelf niet) en ik rij met Piet mee in de auto. Piet neemt Ritske weer mee terug en een 20 min. later zijn Ritske en Tjerk ook beneden. We rijden eerst een heel stuk langs de kust, een drukke weg met allemaal bebouwing (niet leuk). Na Antalya gaan we de bergen in, prachtig mooi. Het hoogste punt is 1550 meter. Een prachtige weg met fraaie vergezichten. In Pamukkale vinden we al snel een hotel en na een kopje thee gaan we naar het beroemde kalk-travernes. Je loopt op blote voeten over een harde kalkachtige grond waarover het water constant naar beneden stroomt. Er zijn vroeger allemaal baden ontstaan. Nu loop je bij aangelegde baden langs, maar het is een pracht gezicht. Het water is 33 – 36 graden en zeer kalkrijk. We lopen helemaal naar boven en maken talrijke foto’s. Het is één van de zeven wereldwonderen. Het is ook echt een wonder hoe alle kalkreservoirs zijn ontstaan. We drinken in het hotel nog even een biertje en bespreken de route voor morgen. Dan gaan we op zoek naar een restaurant. We zitten nog maar net of het begint ontzettend hard te waaien en de stroom valt uit. Gelukkig heeft het restaurant allemaal olielampjes op de tafels staan. We moeten er alleen om denken dat er geen rotzooi van het druivendak in ons drinken en eten valt. Als de stroom er weer op komt begint ogenblikkelijk de moskee te zingen, iedereen moet er om lachen. We proberen na het eten nog een gezellige bar te vinden om iets te drinken, maar dat lukt niet. We kopen onderweg dan maar een flesje wijn bij een islamitische winkel. Ze verkopen allemaal drank en sigaretten, zeer on-islamitisch! Als we bij het hotel komen heeft dit nog steeds geen stroom, we drinken onze wijn/whisky bij het zwembad, in het licht van de maan (romantisch). Even later heeft het hotel ook weer stroom, kan de airco vannacht tenminste aan.http://www.turkijeweb.info/pamukkale





29 augustus – 424 km. van Pamukkale naar Babakale via Efese

Na enig omzwerven over kleine weggetjes komen we op de snelweg naar Efese. Daar bekijken Ritske en ik de opgravingen. Tjerk blijft bij de motoren, hij heeft het al eerder gezien. Het is net als in Griekenland, veel oude ruïnes en een arena. We zien de restanten van een straat die vroeger naar de haven liep. De zee ligt nu veel verder weg. Dan beginnen er ineens trompetten te toeteren en verschijnt Julius Ceasar met zijn gevolg op het plein. Heel leuk om te zien. We lopen nog een stukje verder en daar zien we een hele mooie gerestaureerde boog van de vroegere bibliotheek. Mooier dan we vorig jaar in Griekenland hebben gezien. We rijden verder richting Canakkale. We zien wel hoever we komen en gaan dan een hotel zoeken. In Babakale vragen we bij het eerste hotel wat we tegenkomen. Deze heeft geen kamers vrij. Hij wijst ons wel de weg naar andere hotels en zegt er direct bij dat die ook goedkoper zijn. We vinden een hotel wat verder van de zee en daar bied ik weer onder de prijs. De receptioniste spreekt geen Engels, ik moet via de telefoon met de hoteleigenaar onderhandelen. We krijgen een tweepersoonskamer voor 110 Lira. Als we inschrijven krijg ik de man nog een keer aan de telefoon en hij biedt ons een diner aan voor 10 Lira p.p. Dat doen we dan ook maar, geen geld.






Trompetgeschal, Julius Ceasar arriveert!




30 augustus – 344 km. van Babakale naar Feres (Griekenland)

We hebben Klein Azië weer verlaten. Met een pont zijn we de Bosporus overgestoken. Dankzij een zeer belangstellende en geïnteresseerde pompbediende hebben we een kortere route kunnen rijden. Hij sprak geen woord Engels, maar hij pakte de kaart van Turkije er bij en vertelde ons dat als we de pont in Canekkale zouden nemen de weg aan de overkant nogal beroerd is. Beter kunnen we doorrijden naar Carkas, daarheen loopt een goede weg en die is bovendien korter. We hebben zijn raad opgevolgd en we waren best wel snel bij de pont. We moeten aansluiten in de rij, we kunnen er niet omheen, het is veel te smal. Tjerk is zo slim om naar het ticketkantoortje te lopen en de prijs voor de overtocht voor motoren te vragen. Even later komt er een Turk naar ons toe en die zegt dat we nog wel met de boot mee kunnen. We passen er nog net bij. 20 later zijn we aan de overkant. Goodbye Klein Azië, we hebben er van genoten. We zijn weer in Europa, nog wel in Turkije maar nu de Europese kant. We overleggen dat we de grens nog wel kunnen passeren, het is nog maar 14:00 uur. De grensovergang gaat heel vlot, we hoeven alleen maar een aantal keren de motorpapieren en het paspoort te laten zien. Eén douanebeambte maakte zelfs nog een grapje, hij wou mij € 20 laten betalen. Ik snapte er niets van, totdat hij een klein beetje begon te lachen. Ritske wou hij zelfs € 30 euro laten betalen. Klein grapje van de man, maak je niet vaak mee, meestal ‘blaffen’ ze naar je. Na een half uurtje rijden vinden we een hotel in Feres in Griekenland. Het is een heel klein dorpje, met in het centrum allemaal terrasjes. Helemaal geen probleem meer om een biertje/wijntje te kopen na het eten. We zitten heerlijk op een terras zonder opdringerige Turken.






31 augustus – 469 km. van Feres naar Dragoman (Bulgarije)

We moeten nog een stuk door Griekenland rijden. We stoppen om te tanken en ik drink een frappé, kan nu nog. Bij de Bulgaarse grens hebben we geen problemen, alleen het paspoort laten zien. Bij een Bulgaars tentje kopen we wat drinken en eten ons broodje op. Ritske gaat naar de wc en komt met opgetrokken neus terug, ik ga nog maar even knijpen. We moeten dwars door Sofia rijden. Midden in het centrum begint Ritske zijn motor na een knal raar te lopen. We stoppen bij een groot plein. Direct komt er een agent op ons toelopen, hier mogen we niet staan, dit is het presidentiële plein. Een stukje verderop is gelukkig een parkeerplaats. Tjerk denkt dat er een bougie is losgelopen. Dit is niet het geval. Als Ritske de motor nog een keer start constateert Tjerk dat de motor valse lucht zuigt. Bij Ritske gaat er direct een lampje branden, dan is de inlaatrubber van de carburateur losgeschoten. Hij begint de kuipdelen te demonteren, de tank een stukje omhoog en dan kunnen ze er net bij om de slang weer vast te zetten. De motor loopt weer als een zonnetje. Poeh, wat een opluchting. Was maar een half uurtje sleutelen. Gelukkig heeft Ritske veel over de motor op het Vstrom forum gelezen en kon het probleem opgelost worden. Verder maar weer. Onderweg zien we reclame van een hotel voor € 25. Het is een spiksplinternieuw hotel en ze hebben kamers voor ons. Iemand van het hotel neemt Ritske mee naar een pinautomaat, we hebben te weinig Bulgaars geld bij ons om uit eten te gaan. Volgens de receptioniste kunnen we het hotel wel met de creditkaart betalen. Helaas blijkt dit de volgende ochtend niet te kunnen. Ritske en Tjerk worden weer naar de pinautomaat gereden.



1 september – 553 km. van Dragoman naar Slavonski Brod (Kroatië)

De grens tussen Bulgarije en Servië is heel druk. Van een douané mogen we tussen de rijen doorrijden. We doen er toch nog een uur over om de grens te passeren. De eerste 100 km in Servië is tweebaans, dan krijgen we een snelweg. Eigenlijk ben je blij dat je eindelijk kunt opschieten, maar wat is dat toch verschrikkelijk saai en slaapverwekkend. Even doorbijten nog voordat we thuis zijn. Verder niet veel beleefd vandaag. We zijn door Servië gereden en zitten nu in Kroatië. Het hotel wat we gisteravond hadden uitgezocht hebben we niet gehaald. We hadden geen puf meer en zijn eerder gestopt. We zitten nu in Slavonski Brod in Kroatië. De garmin heeft daar een hotel voor ons gevonden. Ik mag het weer inspecteren en op het eerste gezicht lijkt het goed, eenvoudig maar alles is aanwezig. Als we eenmaal op de kamer zijn is het eigenlijk best wel goor. Misgegokt deze keer. Gelukkig is het maar voor één nacht. Ogen en neus dicht en gaan slapen. Het ontbijt viel erg mee! De motoren staan wel veilig.

2 september – 600 km. van Slavonski Brod naar Steyr (Oostenrijk)

Bij de grens Kroatië – Slovenië is het weer een gigantische drukte. Wij rijden om de file heen, scheelt minstens een uur. Het zijn van die hele kleine landjes maar ze doen erg gewichtig met de paspoortcontrole. In Slovenië moeten we een vignet voor de snelweg kopen voor € 7,50. Wij zijn binnen het uur het land weer uit, duur stukje snelweg. In Oostenrijk kost het vignet € 5. Daar moeten ze heel wat meer werk verzetten om een snelweg te bouwen, grote tunnels en gigantische viaducten. We hadden afgesproken om in Oostenrijk ook een stukje te gaan toeren. Helaas gaat de garmin de route herberekenen en is het toerstukje verdwenen. Bij een benzinepomp pakken we heel ouderwets de kaart erbij en zoeken een leuke weg uit. Als we ergens wat drinken zoeken we een stadje uit met veel hotels, daar is vast wel ergens een plekje. Als we in het centrum aankomen is de prijs verdubbeld, maar wel heel luxe en niet vies. We hebben nog een 140 km heerlijk gereden door de bergen. Die hebben we thuis niet, moet je even meepikken als je toch in de buurt bent. Ondanks dat we in het centrum zitten zijn er bijna geen restaurants. We eten uiteindelijk bij een Chinees, heerlijk gegeten, maar de bediening liep als een Chinees zonder kop rond. Heel chaotisch. We wilden daarna nog wat drinken, maar dat was moeilijk. Alles was dicht. We vonden nog een café waar we één drankje mochten drinken en dan gingen ze ook dicht. Zondagavondwet van Steyr zeker.

3 september – 546 km. van Steyr naar Wartmannsroth (Duitsland)

Een heerlijk luxe ontbijt gehad vanochtend. We kachelen eerst weer een 450 km op de snelweg af. Daarna gaan we net zoals gisteren weer een stukje toeren. Geen bergen deze keer, maar wel een heel mooi landschap met leuke bochten. Zo kunnen de banden ook weer rond gereden worden na al die kilometers op de snelweg. In Wartmannsroth vinden we een hotel, keurig netjes. Op de motor maken we een rondje door het dorp om te kijken of we ergens kunnen eten. We kunnen niet eens bij de kerk komen, alle wegen lopen dood. Er is niets te beleven. We eten in het hotel, er is een keurig terras en ze hebben vast ook wel bier en wijn.

4 september – 605 km. van Wartmannsroth naar huis

Vandaag de laatste etappe, alleen maar snelweg, gaat toch het snelst en we willen nu ook wel weer naar huis. Eerst nog een leuk stukje toeren om op de snelweg te komen. Het is behoorlijk koud vanochtend, de thermometer staat maar op 11 graden. We komen steeds noordelijker en het wordt steeds kouder. Warmte went veel sneller dan kou, helaas. Bij de Mc Donald in Goutum nemen we nog een ijsje en nemen we afscheid van elkaar. We hebben een geweldige tijd met elkaar gehad, heel veel gezien en gereden. We hebben erg genoten van deze reis. Heel anders dan onze andere vakanties, maar niet minder leuk. Alhoewel, ik heb het kamperen wel gemist. Volgend jaar weer met de tent op pad.
We hebben: - 9350 km gereden - door 12 landen gereden - in 19 hotels geslapen

Home