Home | Spanje/Portugal | Belarus | Griekenland | Turkije | Amerika/Canada | Italie | Mnt Ventoux | koffers | schilderijen

Reis naar Canada en Amerika

 

Oktober 2014

We hebben in 2015 een familiereünie in Canada en daar willen we natuurlijk naar toe. Ritske krijgt het idee om er een lange reis op de motor van te maken. Al googelend komen we tot de conclusie dat het huren van een motor geen optie is, veel te duur. Dan met eigen motor. Helaas kunnen we de oceaan niet overrijden. Google maar weer geraadpleegd en dan ontdek je allerlei mogelijkheden. Daarbij komt, dat ik het boek van wereldreiziger Sjaak Lucassen eindelijk heb uitgelezen en achterin staat een lijst met mensen en bedrijven die hem hebben geholpen tijdens zijn wereldreis. Hierbij staat een transportbedrijf die overal ter wereld zijn motor heeft verscheept. Hier ga ik contact mee opnemen. We hebben direct heel leuk mailcontact met Jos van der Borght. Hij vindt het een geweldig idee van ons en wil graag onze motoren verschepen. Natuurlijk vraag ik ook een prijsopgave bij andere bedrijven. MOL logistics blijft het goedkoopst, we gaan met hen in zee/over zee. De verzekering kan maar door één bedrijf in Nederland geregeld worden, Alessie Assurantiën in Rotterdam. In Amerika is ook nog een bedrijf, Fernet, maar die wil een open Creditkaart garantie en dat bevalt ons niet. Ritske heeft ondertussen bij een ander Amerikaans bedrijf prijsopgaaf gedaan en daar kost het $ 700 om de motoren te verzekeren, minstens zo duur als bij Alessie.

Maart 2015

Van Motoport Leeuwarden krijgen we ijzeren frames waarin zij de motoren uit Japan binnen krijgen. We moeten hier nog wel houten beplating om heen maken. Hiervoor hebben we nog ruimschoots de tijd. Dat is maar goed ook, want het valt nog vies tegen, er gaat veel tijd in zitten om het netjes te maken. De kratten zijn precies voor de meivakantie klaar. In de meivakantie gaan we nog vier dagen toeren met twee collega’s van mij in Duitsland.

  

 

Mei 2015

Zaterdag 9 mei begeleiden we het gehandicaptenconvooi in Niebert van mijn neef. ’s Middags beginnen we te poetsen. Eerst het grofste vuil er in de wasstraat maar afhalen, heb je die rotzooi niet op je terras. Wat een werk zeg om de motor spic en span schoon te krijgen. Het kost wel twee flessen dasty en motorreiniger. Zelfs een oude tandenborstel komt er aan te pas om in alle hoekjes en gaatjes te komen. Of met een kwast het stof onder de buddyseat losmaken en tegelijk opzuigen met de stofzuiger. Na anderhalve dag poetsen zijn ze superschoon. Kunnen we ze volgend weekend gaan inkratten. We hebben dan een lang weekend vanwege hemelvaart, komt mooi uit. Voor alles wat je de eerste keer doet moet je uitvinden hoe het moet. Zo ook het inkratten, maar het lukt. Bij mijn krat heb ik een stomme fout gemaakt, de voor- en achterkant omgedraaid. Dan maar weer gaatjes bijboren, zodat de schroeven weer passen. We stoppen de kampeeruitrusting er ook bij. Het is passen en meten, maar alles past erin. We schroeven de kratten dicht, maar wel met een kijkgat waardoor je het framenummer kunt lezen. Plexiglas erachter geschroefd, anders kunnen ze er van alles in stoppen onderweg en dat moeten we niet hebben. We hebben een kleine vrachtauto gehuurd en woensdagavond 20 mei tillen we m.b.v. een geleende pompkar en mankracht de kratten in de vrachtwagen. Donderdag gaan we eerst naar Hoofddorp. Daar zit een bedrijf dat het transport moet goedkeuren, omdat we gevaarlijke stoffen vervoeren, benzine en olie. Eigenlijk had het krat aan één kant open moeten blijven, maar als ze dat willen,schroeven we het wel weer open. Bij DGM (Dangerous Goods Management) krijgen we eerst een bak koffie aangeboden. Ze vinden het allemaal heel interessant wat we gaan doen. Een meneer bekijkt de kisten en vraagt ons wat er precies aan gevaarlijke stoffen in zit. Behalve 3 à 4 liter benzine en olie niets. De kratten hoeven niet open en we krijgen de goedkeuringsstickers. Dan op naar Rotterdam. Hier leveren we de benodigde papieren af bij de balie en een heftruck laadt de motoren met het grootste gemak uit de vrachtwagen. Daar staan ze dan, eenzaam in een hele grote loods. Nu maar hopen dat ze in Toronto staan als wij daar aankomen. Best spannend allemaal.



Juni 2015

De week daarna kan ik het niet nalaten om naar het overslagbedrijf te bellen of de kratten al onderweg zijn naar de haven. De container is net geladen en de vrachtwagen is onderweg naar Antwerpen. Met een app op de telefoon kunnen we zien waar het schip (de Montreal Express) is. Zaterdag is hij al weer onderweg naar Hamburg. In Hamburg moeten schijnbaar veel containers geladen worden, het duurt anderhalve dag voordat het schip weer vertrekt. We kunnen de Montreal Express volgen tot boven Schotland, dan is het contact verloren tot 7 juni. We zien hem weer varen bij New Foundland. Op 11 juni komt het schip aan bij Montreal. Nu moeten de motoren nog naar Toronto. Ik neem maar eens contact op met Skyfer Logistics. Dit bedrijf zal er voor zorgen dat de douaneformaliteiten geregeld worden en dat wij de motoren kunnen ophalen als we in Toronto zijn. In een eerste mail weten ze van niets, nog maar een keer uitleggen. Nu krijg ik antwoord van een zekere Ameen en het klopt dat hij alles voor ons gaat regelen. De motoren worden per vrachtwagen van Montreal naar Toronto vervoerd. Ondertussen ook nog even met Alessie Assurantiën gebeld. Ze heeft alle offertes binnen en de verzekering van de motoren is nu ook rond.

13 juni

Op onze kalender staat dat we zaterdag 13 juni om 17:00 uur verwacht worden bij Roelof en Güsta. Roelof heeft ons stiekum via de kalender uitgenodigd om langs te komen. We zien wel wat ons te wachten staat. Wat blijkt: ze hebben een afscheids-bbq voor ons georganiseerd. Naast ons gezin zijn Riet en Steijn, Daniël en Mark er. Het wordt een super gezellige avond. We zijn helemaal ontroerd en onder de indruk dat ze dit voor ons hebben gedaan. Daniël komt binnen met voor ons beide een cadeautje. Ik krijg een fles wijn (hoe kan het anders) en droge worstjes. Ritske krijgt drie preien met een lintje er om heen. Via Roelof had Daniël gehoord dat Ritske geen prei lust, dat krijg je er van. Wat hebben we gelachen, dat wordt noodgedwongen toch prei eten deze week!

22 juni

De douane heeft onze motoren nog steeds niet vrij gegeven. Ik ga maar weer eens mailen. De douane in Canada wil een extra controle van de kratten, waarschijnlijk omdat ze uit Nederland komen en er misschien drugs in zitten. Dinsdag krijgen we het bericht dat de douane ze vrij heeft gegeven, pffft net op tijd. Kan ik weer lekker slapen. Afgelopen nacht droomde ik dat de motoren weer op de oprit stonden, ik was in alle staten, Ritske blijft kalm en zegt: ‘nou dan gaat het maar niet door’, en begint de kratten open te schroeven.(in de droom dus..)

25 juni

We gaan naar Canada. Buurvrouw Anita brengt ons naar het station en dan gaan we met de trein naar Schiphol. We zijn keurig op tijd en lopen een beetje rond. De douane controle gaat heel soepel. We zien het vliegtuig aankomen en anderhalf uur laten vertrekken we. Keurig op tijd. We hebben super plekken, naast de uitgang met heel veel beenruimte. Na 8 uur landen we op Pearson International Airport in Toronto. In de aankomsthal hopen we Jetze te treffen. We kijken heel goed om ons heen, maar zien geen Jetze en Joyce, vreemd. Ritske probeert ze te bellen, maar zijn telefoon doet het niet. Die van mij ook niet, als ik hem uit en weer aan doe, doet hij het. Ik probeer Jetze te bellen, maar hij neemt niet op. Ritske probeert hetzelfde met zijn telefoon, oeps nu heeft hij de pukcode nodig en die ligt thuis. Anita maar appen of ze wil gaan zoeken in ons huis, ik weet waar de brief ligt. We besluiten om maar een taxi naar het hotel te nemen. Daar bel ik Jetze nog eens en nu neemt hij wel op, ze waren uit eten. Communicatiestoornis tussen Jetze en Ritske. Ze komen naar ons hotel, kunnen we hen toch nog even ontmoeten. We drinken een biertje/wijntje met hen.

26 juni – 100 km Toronto naar Smithville

We worden heel vroeg wakker (jetlag) en staan al om 6:30 op. Na het ontbijt bellen we een taxi en die brengt ons naar Skyfer Logistics. We zijn te vroeg, maar dat is beter dan maar in het hotel omhangen. Om half negen komt er een collega van Ameen aan. We krijgen een kop koffie en moeten nog even wachten. Ameen heeft veel voor ons geregeld en mijn mails altijd heel snel beantwoordt, hij krijgt een pakje stroopwafels met een bedankbriefje van ons. We worden door iemand anders naar de douane gebracht. Daar moeten we een formulier invullen, maar dat hoeft niet volgens onze begeleider. De douanier gaat alles ‘checken and dubbelchecken’ en uiteindelijk krijgen we de stempels om de motoren op te halen. Hij brengt ons naar het opslagbedrijf. Hier krijgen we weer papieren met stempels en handtekeningen en moeten we buiten wachten. Daar gaat de deur open en komt een heftruck met mijn motor naar buiten. We zijn zo blij, daar zijn onze motoren en precies op tijd. We beginnen direct het krat open te schroeven. Hoe treffen we de motor aan, helemaal ok, super. Even later komt Ritske zijn motor ook naar buiten. We kunnen aan de slag. Na een uur is mijn motor helemaal klaar en het krat uit elkaar. Bij Ritske zijn motor moet het voorwiel er weer in. Er staat een grote wachtwagen naast ons en de chauffeur zit te wachten. Hij vraagt ons of we Nederlands praten. Hij heeft jaren in Nederland gewoond. Hij helpt ons met het voorwiel. Super. We horen dat neef Rick al onderweg is naar ons. Net als we klaar zijn komt Rick aanrijden, wat een timing. We laden de kratten in de aanhanger. Dan nog een spannend moment, willen ze starten. De V-strom in één keer natuurlijk, die van mij doet het de tweede keer. We rijden achter Rick aan naar Tim Hortons voor wat eten en drinken. Dan nog even tanken en dan op naar Smithville. Het verkeer is verschrikkelijk, eindelijk komen we aan op de boerderij. We hebben een hele gezellige avond. We gaan ook nog even naar omke Doeke en Rinie. Als vanouds vertelt Doeke weer prachtige verhalen.

 









27 juni – 0 km hele dag regen

Het regent de hele dag, geen motorweer. We gaan met de auto boodschappen doen. ’s Middags gaan we naar een kippenfeest (chickenpoultry) in Smithville. Dit valt ook helemaal in het water.



28 juni – 58 km, naar Art en Tina in Dunnville

We zijn vanochtend eerst met Rick en Angela naar de kerk geweest. Na een heerlijk bakje espresso gaan we naar Art en Tina. We hebben een zeer gezellige middag. Ze wonen schitterend, midden in het bos. Tina heeft het huis zelf ontworpen en Art heeft het gebouwd. Super mooi. We spreken af dat we aan het eind van onze vakantie nog een week bij hen blijven en dan toertjes in de omgeving gaan maken, gezellig.




 

29 juni – 428 km, van Rick en Angela naar KOA camping in Streetsboro — Pennsylvania

We hebben een paar prachtige dagen gehad bij Rick en Angela, we zijn hen heel dankbaar dat ze ons zo hebben geholpen. Gisteren hebben we het besluit genomen om eerst naar het zuiden te gaan vanwege het weer. Bij de grens naar Amerika worden de paspoorten ingenomen en moeten we in een hal wachten tot onze namen worden opgeroepen. We krijgen allerlei vragen: wat is onze bestemming, in welk hotel logeren we, dit weten we nog niet. Op de vraag wanneer we weer terug gaan kunnen we wel antwoorden. Er worden nog vingerafdrukken genomen en een foto’ gemaakt, dan mogen we door. We rijden langs Lake Erie. Helaas wordt de lucht steeds donkerder en om half vier begint het te regenen. We laten de garmin een camping zoeken en daar nemen we een cabin oftewel een trekkershut. Er is zelfs een tv en aircondition aanwezig. Die hebben we niet nodig. Eerst doen we nog wat boodschappen. Kunnen we vanavond zelf koken en een wijntje drinken op de veranda. Hopelijk is morgen het weer beter. In Canada heeft de hele dag de zon geschenen. Hebben we dan toch verkeerd gegokt?

 

30 juni – 348 km, van Streetsboro naar Washington—Ohio

Het weer lijkt best redelijk mooi, geen regen in ieder geval. We rijden over lokale wegen naar het zuid-westen. We volgen een heel stuk wegnr. 62. Dit is het gebied waar de Amish wonen. We zien regelmatig karretjes met een paard ervoor rijden. Als we koffie drinken in een restaurant zijn hier ook veel Amish. Bij een benzinepompstation kan ik een karretje fotograferen. Bijzonder deze mensen. De lucht wordt steeds bewolkter. We kunnen net op tijd stoppen om onder een afdak de regen-kleding aan te trekken. Als we ze aan hebben is het ook al weer droog, maar de weg is nog kleddernat. We besluiten om een motel op te zoeken. Dit kost $ 50 per nacht. Als we op de kamer komen, stinkt het er vreselijk naar rook, het is wel schoon, maar voor de rest brrrr. We krijgen ons geld weer terug. Op naar het volgende motel. Dit is ook een bende, we rijden rechtstreeks terug. Dan maar naar een echt hotel. We moeten voor een hele lange stilstaande goederentrein wachten en raken aan de praat met een mevrouw die ook staat te wachten. Het duurt al met al wel een half uur als trein eindelijk voorbij is Het hotel is wel duur, maar er is verder ook niets, dus het moet maar. Op de kamer is een magnetron, haha hoeven we niet veel geld uit te geven aan eten. Bij de Aldi, ja die is hier ook, kopen we een opwarmmaaltijd, lekker makkelijk.



1 juli – 594 km, Washington CH naar Nashville—Tennessee

Zo’n luxe hotel en dan wordt het ontbijt geserveerd op schuimrubberen bordjes met plastic bestek. Rare Amerikanen. Voor de rest een prima ontbijt gehad. We willen vandaag Nashville in één keer halen, dat wordt snelweg happen. We krijgen onderweg een gigantische onweersbui. Gelukkig staat er een file en moeten we hierdoor langzaam rijden. Wel zo veilig in de regen. Veel sneller dan 50 à 60 km durven we ook niet. Bij de subway eten we weer een heerlijk broodje. In Nashville proberen we eerst de KOA camping, deze is vol. De camping er naast lijkt ons niets en daarnaast zit een Yogi Beer camping. Deze heeft plek tot zondag. We willen hier het feest van 4 juli, Independanceday meemaken. Het is gelukkig droog als we de tent opzetten. ’s Nacht begint het gigantisch te regenen. Alles blijft gelukkig droog.


 

2 juli – 54 km, naar Nashville

In de loop van de ochtend wordt het droog. Ondertussen een was gedraaid en gedroogd, dat is hier veel goedkoper dan op campings in Europa. Voor $ 3 heb je de was schoon en droog. Eerst nog een bakje koffie en dan naar Nashville. Dat koffie zetten ging bijna helemaal mis. Ik was vergeten water in de koffiezetter te doen. Het duurde maar en het duurde maar voordat het water ging koken. Oeps, gelukkig is de koffiezetter niet stuk. Het is heel goed te doen om naar het centrum te rijden. Het is een hele leuke stad met allemaal cafeetjes met life muziek, heel gezellig. De beroemde winkel waar ze cowboy laarzen verkopen en je het tweede en derde paar gratis krijgt, zien we ook. Het blijft gelukkig droog. Nog even boodschappen doen op de terugweg. Oei dan begint het weer te regenen, regenpak wel of niet aan. Dit keer doen we het niet, we hebben geluk, we worden nauwelijks nat.



 

3 juli – 102 km, rondje gereden

Het is droog vanochtend en het ziet er goed uit. Na de koffie gaan we een rondje rijden en als we onderweg een WalMart zien dan stoppen we, want we zoeken nog een goede lamp. Eerst is het een stuk snelweg, anders kom je de stad niet uit. Daarna een stukje toeren, maar dat is heel anders dan in Europa. Veel grote wegen en bijna geen kleine kronkelweggetjes. Hiervoor zullen we moeten wachten totdat we in de Smoky Mountains zijn. Als we weer op de camping zijn blijkt dat onze buurman zich heeft vergist in het eetfestijn bij de hotels een stukje verderop. We worden uitgenodigd om bij hen te komen bbq-en. Erg leuk. We hebben een hele gezellige avond bij Dennis en Darleen. Amerikanen kunnen echt goed bbq-en, Dennis maakt heerlijke hamburgers en het blijkt dat Darleen en ik allebei van pittig eten houden en de mannen niet, grappig.


 

4 juli – 0 km, naar Nashville

Vanavond gaan we met Dennis en Darleen naar Nashville om Independence Day te vieren. We gaan aan het eind van de middag met de shuttlebus downtown, zoals ze het hier noemen. Ondertussen bezoeken we nog een hele grote indoor tuin. Maar goed dat het indoor is want er valt weer een beste plensbui. De tuinen zijn trouwens de moeite waard om te bekijken, heel mooi aangelegd. Om vijf uur gaan we met de bus naar Nashville. Ze verwachten 350.000 mensen in de stad. Het is dan ook gigantisch druk, maar super leuk. We hoppen van het ene café naar het andere, hier wat drinken, daar wat eten. Het kost soms wat moeite om iets te bestellen en de prijzen zijn verdubbeld. Helaas begint het weer te regenen, niet hard, maar je wordt wel zeiknat. We laten het vuurwerk voor wat het is en gaan weer naar de bus. Vanuit de bus zien we nog een stukje van het vuurwerk. Op de snelweg staan aan beide kanten auto’s geparkeerd op de vluchtstrook om naar het vuurwerk te kijken, nog nooit zoiets gezien.









5 juli – 374 km, van Nashville naar Memphis – Graceland—Tennessee

Het regent warempel de hele nacht, we hebben nog nooit zoveel regen gehad op een vakantie. Wat een ellende. ’s Ochtends zwaaien we Dennis en Darleen uit. Zij gaan naar de Smoky Mountains. Om half tien stopt het met regenen en de lucht klaart helemaal op. We gaan toch opbreken en naar de volgende stop: Memphis. Als we klaar zijn met pakken, komt de Ducatibuurman nog even langs. We krijgen zijn telefoonnummer voor als we nog tips willen hebben. Hij maakt een foto van ons, want wij reizen wel op een hele bijzondere manier volgens de Amerikanen. Volgens hem noemen zij dat: Beverly Hill Billies Traveling. Het wordt onderweg hoe langer hoe warmer en zonniger, zouden we de regen dan nu eindelijk achter ons hebben gelaten? De camping naast Graceland heeft nog plaats, we bespreken voor drie nachten. Morgen gaan we naar Graceland. We zijn hier niet de enige tentkampeerders. Er komt een hele groep met jeugd, die van west naar oost reizen en iedere dag een andere camping aandoen. Na het tent opzetten en douchen draaien we een was. Als ik aan het einde van de avond de was wil ophalen uit de droger ligt het al op de tafel. Alleen is het nog helemaal nat. Zou de jeugd van de trekkerskampen ‘mijn’ droger gebruikt hebben? Je kan de deur zo openen en de was wisselen, rotstreek eigenlijk. Nog maar een keer een paar kwartjes in de droger en nu maar hopen dat de was zonder hapering wel droog wordt.


6 juli – 5 km, naar Graceland

We hebben weer heerlijk geslapen. We kunnen lopend vanaf de camping naar Graceland. http://www.graceland.com/ Hier kopen we een ticket voor het huis, het automuseum en de vliegtuigen van Elvis. We worden met de bus naar de overkant van de weg gebracht naar het huis van Elvis. Via een Ipad kunnen we luisteren naar wat er te zien is in iedere kamer. Het is een prachtige tour. We mogen niet naar boven. Daar schijnen zijn persoonlijke dingen nog te liggen. De trap is afgesloten met een ketting en bewaking. We lopen via de tuinen met paarden naar de grafstenen van Elvis, zijn ouders en zijn grootmoeder, die hem zelfs heeft overleefd. Met de bus mogen we de weg weer oversteken (in Europa zou je via een tunnel moeten lopen) en bezoeken we nog het auto- en motormuseum en zijn twee vliegtuigen. Vooral het grote vliegtuig is zeer luxe ingericht. We hebben een schitterende dag gehad en zijn blij dat we Graceland hebben bezocht. Nog even een paar boodschapjes doen en een koud biertje kopen. Is wel nodig in deze warmte, niet klagen, alles beter dan regen.





7 juli – 130 km, rondje Mississippi

We willen de Mississippi rivier graag zien. Er is niet een leuke weg naast de rivier, we zullen proberen zo dicht mogelijk bij de rivier te komen. Dan zien we dat het licht van de Honda het niet meer doet. We stoppen om te onderzoeken wat er aan de hand kan zijn. Als ik het seinknopje indruk doen beide lichten het wel. Dan zal het wel het regelbakje zijn die beide lichten laat branden. We binden een tie-rip om het seinknopje en zo heb ik weer licht. Onderweg stoppen we bij een café voor een kopje koffie. Het is een heel leuk oud café met aan de muur een wereldkaart en een kaart van Amerika, met allemaal pinnetjes waar de gasten vandaan komen. Nederland zit al helemaal vol, we hoeven geen pin meer te zetten.







Voor het eerst drinken we een keer goede koffie, hoe is het mogelijk. De eigenaar vertelt ons waar we bij de rivier kunnen komen. Aan het einde van de weg is een museum over de geschiedenis van Amerika en vooral het gebied rond de Mississippi. Heel interessant om te zien. Na het museum gaan we picknicken in het park. Het is allemaal schitterend aangelegd, maar wij zijn de enige bezoekers. Hier heeft iemand vast veel geld verloren. Via kleine wegen (nou ja klein) rijden we weer terug.

8 juli, 463 km, van Memphis naar Birmingham – Alabama

We zijn gisteravond lek gestoken door de muskieten en jeuken dat het doet! Te laat muskietenspray opgespoten. We zitten onder de bulten. Om halftien vertrekken we richting Birmingham. Het is weer één lange rechte weg naar het zuid-oosten. Het wordt hoe langer hoe warmer. Florida skippen we maar. Dat wordt ons te heet. Bij Birmingham zien we al de borden van het Barbers Vintage Motormuseum. Onze camping ligt er een 30 mile vanaf. We komen uit bij een wat sjofele camping, maar ze hebben plek.



Het uitzicht is grandioos over het meer. We blijven maar twee dagen, dus we doen het. Na het tent opzetten eerst even boodschappen halen. Hé dat is makkelijk, ze verkopen hier wijn en bier in de supermarkt. We zijn van Tennessee naar Alabama gegaan, een andere staat met andere regels.

9 juli, 132 km, naar Barber Vintage Motormuseum

Best goed geslapen vannacht, niet veel last van jeuk gehad. Ritske voelde zich gisteravond helemaal niet lekker van alle beten, hij is honderden keren gebeten, het gif moet er eerst uit. Via een mooie weg, (eindelijk) bereiken we het museum. Het is in één woord grandioos. Er staan 700 motoren tentoon gesteld, echt super. Van nieuw tot oud, je kunt het zo gek niet bedenken of de motor staat er. We kijken ons de ogen uit. Als we vragen of we ook een bakje koffie kunnen drinken, blijkt dat er niets te drinken en te eten is en dat voor Amerikanen, die altijd lopen te kanen. Het entreekaartje blijft de hele dag geldig, dan maar even naar de subway een stukje verderop. Terug in het museum lopen we nog een keer langs alles, het is gewoon te veel. Als we nog een mooi blikken bordje kopen voor ons prieel wordt ons verteld dat de helft van de motoren maar in het museum staat. Ze gaan nog een gebouw er naast bouwen, waar de andere motoren komen te staan. Echt wel het grootste motormuseum van de wereld. www.barbermuseum.org/






 



10 juli, 252 km, van Birmingham naar Chattanooga – Tennessee

Het is weer zweten om de tent op te ruimen. Ondanks de sjofele camping hebben we er toch leuk gestaan. We gaan nu naar Chattanooga. Dit ligt noordelijk van Birmingham. We skippen Florida, te warm. In Alabama hebben we al genoeg warmte gehad. We rijden via de provinciale weg. Overal zie je bebouwing en ontzettend veel kerken. Als er net zoveel supermarkten als kerken zouden zijn, zou je er op ieder hoek van de straat er één vinden. Als we trek krijgen stoppen we bij een supermarkt en kopen brood en kaas en tomaat. En nog een stukje fruit en een bekertje yoghurt, hebben wij even een gezonde lunch. Als we het buiten op een bankje willen gaan opeten, worden we door de dames van de supermarkt uitgenodigd om binnen te gaan zitten, het is veel koeler binnen. We hebben een leuk gesprek met ze. De eigenaresse vraagt of ze foto’s van ons mag maken om op facebook te zetten, dat mag. Zo worden we nog beroemd in een plaatselijk dorp in Alabama. We vinden al snel de camping in Chattanooga, we bespreken voor twee nachten. Dat is maar goed ook, het plekje is prima, maar het sanitair is vies.

11 juli. 37 km, naar de Ruby Falls

We gaan naar de Ruby Falls, dit moet bijzonder zijn. http://www.rubyfalls.com/ We mogen de motoren direct voor de ingang parkeren, dat is winst. We moeten wel een poosje in de rij staan, maar dan kunnen we met de lift 90 ft. naar beneden. Hier lopen we onder leiding van een gids door een nauwe kloof, Na een halve mijl komen we bij de waterval. Hij wordt mooi belicht, met steeds wisselende kleuren. Dit is wel heel bijzonder, maar in Europa hebben we mooiere grotten gezien.

 

Na de waterval rijden we langs de andere bijzonderheden, maar óf er staat een geweldig lange rij óf de entree is ons te veel. We gaan nog even boodschappen halen en terug naar de camping. Over boodschappen gesproken, het brood is hier niet te (vr)eten. Het is zeer lang houdbaar en vreselijk droog. Wat voor brood je ook kiest het dient als maagvulling. Eén keer hebben we een redelijk lekker brood kunnen vinden. Helaas meestal van die vreemde rommel. Vandaag het droevige bericht gekregen dat mijn dierbare college Tineke is overleden. Ze wou zo graag de diploma-uitreiking van haar zoon nog meemaken, de nacht erop is ze overleden. Je wist dat het zou gaan gebeuren, maar toch moet ik hevig slikken. Wat erg.

12 juli, 283 km – van Chattanooga naar Knoxville – Tennessee

Na het opbreken van de tent gaan we de grot naast de camping nog bekijken. Het is ook een mooie grot, maar in Frankrijk hebben we ze  mooier gezien. Weten we dat ook weer. Om half elf vertrekken we, het is maar drie uurtjes rijden, we nemen niet de Interstate. Binnendoor is hier anders dan bij ons, je rijdt nog steeds op grote wegen al is het dan niet vierbaans. In Knoxville bekijken we eerst de camping, we willen dezelfde fout niet weer maken. Maar goed ook want het toilet bestaat uit twee dixies. Deze camping hoeven we niet, op naar de volgende. Nummer twee en drie bestaan niet. Dan zien we een motor voor een huis staan, daar vraag ik of er ook een camping in de buurt is. We krijgen een keurige beschrijving mee en het is niet moeilijk de camping te vinden. Ze hebben drie tentplaatsen, maar we mogen geen stroom gebruiken. Dan de naastliggende camping maar proberen. Deze staat ons niet aan. Een stukje verderop moet er nog één zitten, klopt precies, we zien een bordje met KOA, daar gaan we heen. Eerst even tanken want we zijn helemaal leeg. Ik betaal voor 25 dollar, maar als ik ga tanken heeft de benzine wel een gekke kleur, zal wel zo horen. Ritske tankt ook vol. Hem valt al op dat de spuitmond niet in het tankgat past. Als we de slang ophangen zien we het, oei hebben we diesel staan tanken. De meneer achter de kassa belt iemand op en binnen 5 min. komt er een busje met twee mannen en twee grote jerrycans en een slang. Hozen maar. Het lukt heel goed. We houden beide motoren schuin om het laatste er uit te krijgen. De mannen willen ook nog eens niets hebben voor alle hulp, dat kan natuurlijk niet. Nou nog maar een keer tanken en dan nu benzine.



Hoe hebben we deze vergissing kunnen maken: in Europa is het zwarte tankpistool altijd diesel en de groene benzine. Hier is het net andersom. Stom stom, gelukkig loopt het goed af, alleen een dure tankbeurt. Het is al behoorlijk laat, we vinden dat we nu wel een hotelovernachting hebben verdient. Morgen de tent maar weer opzetten. We genieten van de luxe van het hotel, heerlijk na al die campingdouches, waarvan sommige niet al te schoon.

13 juli, 179 km – van Knoxville naar KOA camping in Newport – Tennessee + rondje

Na een heerlijke nachtrust gaan we eerst naar het Appalachen museum. http://www.museumofappalachia.org/ Hier zijn allerlei huisjes en oude ambachten van deze omgeving tentoongesteld. Heel interessant om te zien. Daarna rijden we een 100 km naar de KOA camping. Onderweg maar weer staande een bakje koffie drinken bij een benzinepomp. Terrasjes kennen ze hier zelden of niet. De camping staat goed aangegeven en we zijn er dan ook al om 13:00 uur. Na het tent opzetten gaan we nog een rondje in de omgeving rijden. Eindelijk een keer leuke weggetjes. Volgens Ritske zou de witte weg op de kaart niets zijn, maar eigenwijs als ik ben, toch aangeklikt en hij is zeer mooi. Achteraf hebben we weer een fout gemaakt, we zitten nog steeds 100 km van de Dragon tail af. Via internet hebben we nu toch eindelijk de juiste route en een motorcamping gevonden. Morgen nog een tochtje in de omgeving maken en dan woensdag naar de tail of the Dragon. Deze moet na zoveel moeite wel heel bijzonder zijn.





14 juli, 10 km – alleen naar de WalMart voor boodschappen

Om een uur of zeven begint het te regenen, bah al weer regen. Ritske moet naar de wc, hij gaat er toch maar uit. Het begint nu echt te hozen. Op een gegeven moment zie ik de matrassen gewoon heen en weer golven, zoveel water loopt er onder de tent door. In de voortent is het één grote blubbermassa. Treffen wij weer, wat een ellende al die regen. Gelukkig blijft het droog in de binnentent. Om 12:00 uur wordt het droog en zien we zelfs blauwe lucht. Volgens de buurvrouw komt er over een uur nog een buientrein aan. We gaan snel boodschappen halen, één gastank is leeg, anders kunnen we vanavond geen eten koken. Tjonge zeg wat een prijsverschil, hier koop je twee tanken voor 6 dollar en in Canada betaalden we 15 Canadese dollars voor één tank. Allebei bij de WalMart gekocht. Dat scheelt nogal. Als we terug zijn begint het weer te regenen, weer zo’n heftige bui. We kijken een film in de voortent, wat moet je anders. Om 16:00 uur wordt het droog en hopelijk houden we het droog. We spoelen de tent af, zijn de meeste modderspetters verdwenen.


15 juli, 246 km – van Newport naar Stecoah – North Carolina

Het heeft vannacht weer geregend, het afspoelen heeft geen zin gehad. Opruimen en alles schoon maken. Wat een bende, alles zit onder de modder. Het vloerkleed spoelen we af met water en we proberen de tent zo schoon mogelijk op te ruimen. Hopen dat we vanmiddag een mooi zonnig plekje krijgen. We rijden via een drukke weg naar het westen. Als we afslaan komen we op een veel rustiger weg. We zijn stomverbaasd als er ineens een beer midden op de weg staat. We zijn natuurlijk te laat om een foto te maken, helaas. Na deze weg komen we op de lang verwachte Tail of the Dragon. http://tailofthedragon.com/  Prachtige bochten, geen 100 meter recht en dan 11 mile lang. Hij is echt prachtig, heeft veel weg van Duitse bochten. Eindelijk wordt de zijkant van de banden ook gebruikt. We stoppen aan het einde van de Dragon bij het motel annex camping. We vinden het maar zozo en dan blijkt ook nog eens dat ze geen stroom hebben en dat er maar één klein sanitairhokje open is. We struinen nog wat rond en kopen een paar souvenirtjes en vragen of ze ook een camping weten in de buurt. We moeten nog een 25 mile rijden en dan komen we bij een camping met de naam IronHorse. http://ironhorsenc.com/ Allemaal motorrijders zijn er en we worden heel vriendelijk ontvangen. Hier blijven we wel een aantal nachten. De zon schijnt lekker, kan de tent weer opdrogen. ’s Avonds eten we in de kantine. We dachten dat het er vol zou zitten, maar nee hoor, weinig gezelligheid aan. Later op de avond zitten we wel gezellig bij het kampvuur op het terras.

Tail of the Dragon



 


16 juli, 246 km – rondje Smoky Mountains

We ontbijten in de kantine, want we hebben gisteren geen boodschappen gedaan. Daarna gaan we snel op pad, want we hebben een redelijk lange route te gaan. Eerst even een bakje drinken op de Deal’s Gap. Daarna weer de Dragon met al zijn bochten rijden. Het is behoorlijk druk met auto’s, die heeeeel langzaam gaan. We halen dan ook regelmatig in, al mag dat niet. We rijden een prachtige route, dit is nou motorrijden. Als we onderweg een parkcamping tegenkomen, gaan we even kijken. Er staan veel tenten, het lijkt een leuke camping. Het toiletgebouw is ook schoon, maar geen douches. Je wilt niet weten hoe wij kunnen stinken na een dag rijden en tent opzetten. Bovendien kost een overnachting ook nog eens $ 20. Net zo duur als deze luxe camping. Dat doen we dus maar niet. Als we het park weer uit zijn gaan we eerst iets eten. We hebben jammer genoeg geen brood bij ons, anders hadden we prachtig kunnen picknicken. Nog even boodschappen halen en dan terug naar de camping. Ze hebben warempel ook wijn in deze supermarkt, we zijn weer in een andere staat. Als we weer op de camping zijn zitten we gezellig te kletsen met onze buren en drinken een pilsje.

17 juli, 343 km – van Stecoah via de Blue Ridge Parkway naar Linnville

Gisteravond hebben we heel gezellig rondom het kampvuur gezeten en met andere motorrijders gekletst. Echt een hele leuke, schone en gezellige camping. We breken op en gaan via de Blue Ridge Parkway verder naar het noorden.                                                                      http://www.losapos.com/nl/blue_ridge_parkway





Het is een prachtige kronkelige weg met hele mooie vergezichten. We rijden heerlijk. We moeten er even vanaf, want aan de Blue Ridge is niets te krijgen en onze motoren hebben dorst. Wat een drukte dan ineens, dat heb je helemaal niet in de gaten als je over de Parkway rijdt. Als we bij het eindpunt aankomen is er nergens een camping te bekennen. Dan de garmin maar laten zoeken. Ja hoor de volgende camping bestaat ook niet. Terug maar weer en vragen. Ah we moeten nog verder de Bue Ridge oprijden. Na 15 mile vinden we een camping, dit is zo’n state camping zonder douches. Als ik de garmin nog een keer laat zoeken, vindt hij wel de juiste camping. Komen we daar, zijn ze vol. Na wat heen en weer gepraat krijgen we toch een plekje toegewezen. Gelukkig hebben ze hier een soort van kampwinkel. We kopen twee blikjes pork and beans en wat drinken. Als we de blikjes open maken is de pork ver te zoeken, oftewel, helemaal geen pork. Maar ‘honger maakt rauwe bonen zoet’ en we eten lekker. Morgen maar op zoek naar een goede camping.

18 juli, 310 km – van Linnville via de Blue Ridge Parkway naar Fancy Gap

Na het opbreken eerst tanken en geld halen. Al het geld is op en dan kunnen we weer een heel eind op de Blue Ridge rijden. Het rijdt weer
prachtig. Zo nu en dan stoppen we even om iets te bekijken. Ook stoppen we bij een heel groot oud huis. De eigenaar heeft al zijn grondgebied aan de Blue Ridge geschonken en in zijn huis is van alles te koop. Ik koop weer een prachtig stel oorbellen. We bekijken ook nog het muziekcentrum, waar regelmatig concerten worden gegeven. Hier krijgen we een prachtige kaart van de hele Blue Ridge Parkway.





Hier komen we er achter dat we nog maar halverwege zijn. We zijn al minstens een half uur aan het rijden als Ritske er achter komt dat zijn telefoon niet in de jaszak zit. Oei paniek, direct stoppen. Laat hij de telefoon terug vinden tussen de tent en de topkoffer. Hij had de telefoon op de topkoffer tegen de tent aan gelegd en toen is hij er tussen gezakt. Wat een geluk dat de telefoon daar bleef liggen. Dit is niet het enige dat Ritske vandaag met zijn telefoon beleefd. Als we de tent willen opzetten legt hij de telefoon achter het ruitje van de motor. Het is 35 graden en de zon schijnt er op. Al weer een oeps, want de telefoon doet niets meer. Na een uur afkoeling en weer aan zetten doet ie het weer. Dat is twee keer geluk hebben. Als we de garmin om een camping laten zoeken, vindt hij zowaar een motorcamping in de buurt. Zoals hier vaker voorkomt, bestaat die niet. Foutje van de GPS denk ik. Dan naar een KOA camping. Helaas moeten we hiervoor weer 19 mile terug rijden. Maar het is de moeite waard. Een hele mooie camping, alleen staan we weer naast een heuvel. Nu maar hopen dat er niet veel regen komt.

19 juli, 269 km – rondje rondom Blue Ridge

We hebben vandaag een schitterende toer gemaakt door het echte Amerikaanse Hill Billie land. Wat een verschil met de Blue Ridge Parkway, maar ook hier prachtige wegen, mooie vergezichten en veel oude Amerikaanse huizen. Zie de foto’s. Als we ergens zitten te picknicken raken we in gesprek met een Amerikaan. Hij vindt het geweldig wat we doen en dat we helemaal uit Europa komen met onze eigen motoren. Hij nodigt ons uit voor zijn muziekfestival komend weekend, maar we gaan morgen al weer verder naar het noorden. Dus dat festival bezoeken lukt niet. Bij het afrekenen van de boodschappen raken we in gesprek met de man van de kassa. Hij heeft ons gisteren ook geholpen en vraagt waar wij vandaan komen. Hij had al ingeschat Noord-Europa. Klopt helemaal. Leuk met hem gesproken. Als we nog even gaan tanken, begint het te sputteren. Gelukkig houdt het al weer snel op. Tot nu toe hebben we geluk met de regen.



20 juli, 467 km – van Fancy Gap naar Fredericksburg nabij Washington DC

Om 07:00 uur maakt Ritske mij wakker met de woorden: ‘het regent’. Ben direct klaar wakker, we gaan ogenblikkelijk opbreken. Gelukkig valt de regen weer mee, een paar druppen en we kunnen droog inpakken. We breken op in een recordtempo: anderhalf uur. Om half negen vertrekken we al richting Washington DC. Het gaat voortreffelijk via de snelweg. Onderweg drinken we nog een keer koffie en we stoppen even om te tanken. We picknicken naast een kerk met een picknicktafel. Prima geregeld. Het laatste stuk rijden we binnendoor en de camping staat goed aangegeven. Het is hier wel wat duurder dan de vorige camping, dicht bij een stad betekent dat de camping duurder is, deze kost $ 40 per nacht. Het is wel een keurige camping. Na het tent opzetten eerst boodschappen halen met een koud biertje. Wat smaakt dat lekker in al die warmte. We kopen bij de kampwinkel hout om vanavond op te stoken. Alle kampeerplekken zijn uitgerust met een stookplek, iedereen stookt ’s avonds een vuurtje.





21 juli, 237 km – naar Washington DC

We hebben het ontzettend warm gehad vannacht. Het is heet en vochtig, dat wil wel zweten. Daar komt nog bij dat we weer lek gestoken zijn, ondanks het sprayen met anti-musquito. Dan maar weer anti-jeuk smeren. Via allerlei kleinere wegen komen we in Washington aan. We parkeren de motoren op de stoep, tegenover een Starbucks. Eerst bekijken we het Witte Huis aan de achterkant en daarna de voorkant. Het is eigenlijk helemaal niet zo groot. De beveiliging is wel enorm. We zien ook nog een enorm groot monument voor gevallenen in de oorlogen die Amerika heeft gevoerd. Overal hangen de vlaggen half stok, waar dat voor is weten we niet. We gaan de motoren weer opzoeken nadat we een broodje hebben gegeten. Oei dat valt nog niet mee, we zien een Starbucks, maar dat is de verkeerde. Dan maar vragen of er nog een Starbucks is. Pfft op de volgende hoek is er nog één. Gelukkig daar staan de motoren nog. Op de motor rijden we langs het Capitol, jammer genoeg staat die in de steigers, toch even een paar foto’s maken. Als we het Pentagon willen opzoeken, brengt de garmin ons naar een pentagon van ziekenhuizen. We zien ondertussen wel half Washington. Uiteindelijk vinden we het juiste Pentagon. We parkeren de motoren en willen een paar foto’s maken. Helaas is vanaf dit punt geen goed overzicht van het Pentagon. Dat is maar goed ook, want als ik terug loop word ik aangesproken door een agent. Er mogen helemaal geen foto’s gemaakt worden en ik moet de foto’s laten zien die ik heb genomen. Staat niet een van het Pentagon op, gelukkig maar. We mogen weer verder rijden. Trouwens waar wij parkeerden mochten we ook helemaal niet komen. Via de snelweg gaan we terug naar de camping. Er staat een enorme file die we via de linker vluchtstrook voorbij rijden. Er is een ongeluk gebeurt en we moeten van drie naar één baan. Een stukje verder staat er al weer een file, als we die voorbij willen rijden zien we een motoragent die keurig in de file blijft rijden. Ik ga naast hem rijden en maak een praatje. We mogen niet inhalen of er tussendoor rijden. Hij is heel aardig en vertelt dat er nog 5 mile file is. Al weer een ongeluk gebeurt. Nog even boodschappen halen en dan snel naar de camping aan een koud biertje. Hebben we wel verdient.



22 juli, 459 km – van Fredericksburg naar Allentown

We wilden naar een KOA camping ten noorden van New York, maar dat is veel te ver rijden in één dag. We besluiten om New York en Boston te skippen. Na Washington hebben we al weer genoeg van alle drukke wegen. Vergeleken bij New York is schijnt Washington maar een dorp te zijn. We gaan langzaamaan weer richting Canada. Het is heel druk op de weg, maar gelukkig geen files. Als we moeten tanken, moeten we een heel eind van de weg af. De snelweg terug vinden is al net zo moeilijk, na diverse rondjes lukt het weer het goede spoor te vinden. De KOA camping is ook niet moeilijk te vinden en ze hebben plek voor twee dagen. We krijgen een prachtig plekje, vlak aan een riviertje. De Blue Mountains zijn vlak bij, morgen even lekker toeren.

23 juli, 103 km – rondje getoerd

We hebben heerlijk geslapen vannacht, het is gelukkig niet meer zo vochtig warm. We zitten ook iets hoger nu, het koelt lekker af. We zetten een rondje van een 100 km uit en toeren heerlijk door de omgeving. Picknicken bij een meertje, wat is het leven toch goed. Ondertussen hebben we nog een mail van MOL Logistics gekregen. Voor het douane geintje mogen we nog een keer 256 euro ophoesten. Helaas moeten we dit betalen. Een schrale troost: de douane betaald ook een helft. Het zij zo, het is toch al een dure vakantie, dit kan er ook nog wel bij.

24 juli, 455 km – van Allentown naar Bradford

Nog één camping in Amerika te gaan en dan zitten we weer in Canada. Op de kaart hebben we gezien dat er in Pennsylvania ook een Grand Canyon is. We hebben de dichtstbijzijnde KOA camping opgezocht. Als we hier aankomen worden we geholpen door een stel oudjes. Ze weet niet goed met de computer om te gaan en de creditkaart werkt ook al niet. De zoon wordt er bij geroepen, dan werkt alles weer wel. Sommigen mensen zijn al heel vroeg met pensioen hier en het lijkt wel dat anderen tot hun dood moeten door werken. Raar verdeeld in dit land. Na het tent opzetten eerst boodschappen halen, is heen en terug zo’n 35 km rijden. Alles is groot in Amerika.

25 juli, 316 km – naar de Grand Canyon

Het is een heel eind rijden, maar we gaan toch naar de Grand Canyon in Pennsylvania. Het is saai rechtuit rechtaan, maar er is zo veel te zien onderweg dat het niet meer saai is. Je ziet hele vervallen huizen en ook hele mooie. Het laatste stuk heeft Ritske een slingerweg aangeklikt. Deze is onverhard, oeps. Toch gaan we het proberen. Zeven mile onverhard gereden en het ging heel goed. En, niet onbelangrijk, het rubber beneden gebleven. Het uitzicht boven is heel mooi, een grote diepte met een rivier. Via de asfaltweg gaan we naar beneden. Daar zien we een heleboel Harleys staan bij een café. Wij gaan ook naar binnen. We eten hier een heerlijke hamburger en zitten gezellig te kletsen met twee stellen uit Ohio. Op de terugweg gaan we bij een motorzaak langs. Hier sneupen we even en we krijgen een routekaart van de omgeving. Op de camping hadden we al het adres van een WalMart in de garmin gezet, want onze gastankjes zijn leeg. Bier hebben ze niet, daarvoor moeten we aan de overkant van de straat zijn. Daar verkopen ze alleen trays met bier en wij willen twee losse biertjes. Die kunnen we een stukje verderop vinden bij een afhaalpizzeria. Heel vreemd allemaal. Maar we hebben onze biertjes. Op de camping worden we uitgenodigd om een hotdog of hamburger te komen eten. Het wordt georganiseerd door de brandweer en je mag een vrijwillige bijdrage betalen. Hoeven we niet meer te koken.











 

26 juli, 233 km. – van Bradford naar Niagara Falls Amerikaanse zijde

Om 9:00 vertrekken we van de camping. We gaan eerst naar de giftshop van Zippo. Helaas die is pas om 11:00 open, hier willen we niet anderhalf uur op wachten. We zoeken nog steeds om ‘coosers’. Dat zijn bier- of frisdrankblikjes houders. Als we om koffie stoppen kijk ik even bij de benzinepomp en zowaar ze hebben er heel veel. Ik koop een hele stapel. We rijden weer verder via een leuke route. We zien het boerenland en hele rijke buurten. We rijden om Buffelo heen en gaan via de zgn. rainbowbridge naar Canada. O shit mijn motor begint in de bochten te slingeren. Ja hoor ik heb weer een lekke band, voor het derde jaar op rij in de vakantie. Wat een ellende. Tot overmaat van ramp stopt de garmin er ook nog mee. Een ongeluk komt nooit alleen. Het intern geheugen lijkt kapot, gelukkig werkt hij nog wel via het SD-kaartje. We kunnen niets in de band vinden. Bij een benzinestation pompen we de band op en van een Harley rijdster krijgen we het adres van een bandenhandelaar. Deze is gesloten, ja het is zondag, logish. Even er voor is een bandenzaak open. Deze handelt alleen in autobanden. Hij pomp de band weer op en geeft ons het adres van een motorzaak. Ook gesloten. Een nabij gelegen Harleyzaak is ook gesloten. We moeten noodgedwongen wachten tot maandag. We nemen een motel in de buurt van de motorzaak, geheel tegen Ritske zijn wil. Hij vindt een motel niets. De motorzaak is er schuin tegenover en de kamer is ouderwets, maar schoon. Behalve in de hoeken, daar hangen grote spinnewebben. De badkamer is prima. Hij moppert nog een uurtje, gaat wel weer over. Na een verfrissende douche gaan we wat drinken aan de overkant van de straat. Hier kunnen we vanavond ook wel iets eten. We gaan in het gras zitten achter het motel bij de camping. We hadden ook kunnen kamperen, maar daar hadden na alle tegenslag geen zin in. Nu maar hopen dat ze morgen een juiste maat band voor mij hebben.




27 juli, 199 km. – van Niagara Falls naar Dunnville, Ontario

We zijn al vroeg wakker en gaan ontbijten in hetzelfde restaurant waar we gisteren wat hebben gedronken. Ritske pompt de band op, dat gaat nog best snel met het kleine voetpompje. Het is maar 500 mtr rijden naar de motorzaak. We zijn er dan ook veel te vroeg, maar ze zijn al open. We moeten nog even wachten en dan worden we geholpen. Ze hebben een band voor mijn motor, wel iets breder, maar hij past er tussen. Ik vraag of ik even foto’s mag maken. In Amerika en Canada mag je namelijk niet in de werkplaats komen. Stel je voor dat er iets gebeurt, dan is het bedrijf aansprakelijk. Toch mag ik even met de monteur praten. Ik vraag hem of hij de oorzaak van de lekke band kan vinden. Na lang zoeken komen we er achter dat er een heel klein piepgaatje in zit. Nieuwe band dus. Kosten: $ 244. Om tien uur rijden we weer. De grensovergang gaat heel makkelijk. We zijn zomaar in Canada. We rijden richting Dunnville. Na het tent opzetten en een douche gaan we naar Debbie haar broer Marc. Hij heeft een groot zwembad achter zijn huis. We zitten heel gezellig met Cees en Debbie en hun zoon Justin bij het zwembad. Marc heeft een garagebedrijf achter zijn huis en heeft het behoorlijk druk. Om half zes is hij pas klaar, terwijl hij al om vier uur wou stoppen. Zijn vrouw Tiffany is ondertussen ook thuis gekomen en we gaan met zijn allen uit eten. Als we daarna naar de camping rijden komen we langs 16th road waar Rick en Angela wonen. We gaan er even heen om een bakje koffie. Ze zijn helemaal verrast dat wij ineens voor de deur staan. Jennie en Durk, met hun dochter Martine en vriend Erwin zijn er ook. We zitten een poosje gezellig te kletsen en dan gaan wij weer naar de camping. Een hele enerverende en gezellige dag.

28 juli, 171 km – naar tante Maaike in St. Catherines

Vandaag gaan we tante Maaike in St. Catherines opzoeken. Cees en Debbie komen ook en nemen tante Trix mee. We hebben een hele gezellige ochtend. We hebben onze was meegenomen omdat er geen laundry op de camping is. Natuurlijk mogen we een was draaien en die moet ook in de droger, mag niet nat mee naar de camping. Na een voortreffelijke lunch vertrekken we weer. We gaan onderweg nog een camping bekijken. De tentplaatsen zijn hier helemaal achteraan en nergens een toiletgebouw te zien. Langs lake Erie bekijken we nog meer campings, maar dit zijn alleen maar hele grote trailerparken. We kunnen nog één nacht extra op onze camping blijven, waar we dan naar toe moeten weten we nog niet. Morgen maar naar de Mc Donalds voor een bakje koffie en daar op internet gaan sneupen. We zitten heerlijk in de schaduw op de camping met een biertje. Dan nog een tukkie doen, wat is vakantie vieren toch leuk.

29 juli, 174 km – camping zoeken en naar Andrew en Sophia

We gaan vanochtend langs het Welland kanaal rijden en tegelijk op zoek naar een andere camping. Langs het kanaal rijden valt tegen, want de weg er langs is afgesloten. We zien niet veel van het kanaal. Ondertussen gaan we bij een paar campings langs. Of ze zijn vol of ze hebben geen plek met elektrisciteit. Het wordt nog moeilijk iets te vinden. Het is een lang weekend in Canada komend weekend en iedereen gaat kamperen. We bezoeken het museum van het Welland kanaal, is niet erg interessant. Bij de Mc Donalds eten we wat en hebben we tegelijk wifi. In de buurt van St. Catherines zijn ook nog een paar campings. Eentje heeft leuke plekken maar zonder stroom. Als de adere twee ons niet aanstaan, reserveren we de eerste zonder stroom. Dan gaan we naar Andrew en Sophia. Andrew heeft net een positieve uitslag in het ziekenhuis gekregen. Hij heeft een langzame vorm van leukemie. Ze zijn erg blij. Hun kinderen, ze hebben drie dochters, zijn het huis uit en studeren. Ze hebben twee fosterparents kinderen in huis, twee broertjes van 7 en 3 jaar. Ze doen het erg goed nu. We hebben een hele gezellige avond en heerlijk gegeten. Een celebration diner vanwege de goede uitslag.

30 juli, 66 km – van Dunnville naar Lincoln

We ruimen heel rustig op vanochtend, we hoeven maar een klein stukje te rijden. Ontario op z’n smalst oversteken. Eerst drinken we uitgebreid koffie bij de Mc Donalds, gratis wifi en ze hebben heerlijke espresso. Echt genieten na al die slappe koffie. Om half twaalf zijn we al op de camping. Ze hebben zelfs nog een plekje met elektriciteit voor ons. Wat een heerlijke plek. ’s Middags weer even boodschappen halen. De supermarkt is niet moeilijk te vinden, maar om de liqieur store is het weer zoeken, we moeten weer vragen. We moeten vanavond toch een wijntje drinken. We bestellen kampvuurhout op de camping, we gaan vanavond weer een poging wagen om een vuurtje te stoken.

31 juli, 198 km – twee keer een rondje en naar Art en Tina

Tina heeft ons, Tineke en Albert en Jenny en Durk uitgenodigd om te komen eten. We maken eerst zelf een rondje langs Niagara Falls. We parkeren de motoren op de stoep vlak bij de Falls. We maken een aantal foto’s. De attracties hoeven we niet te doen, die hebben we in 1983 al bekeken. We rijden een heel stuk langs het water en komen langs een gift-shop. Hier kopen we nog wat leuke dingetjes. ’s Middags gaan we naar Smithville waar Tineke en Albert een B&B huren. We maken met z’n vieren een toer naar Niagara on the Lake. Daarna pikken zij Jenny en Durk op en wij gaan rechtstreeks naar Tina en Art. We krijgen weer een heerlijke maaltijd voorgeschoteld en zitten heel gezellig bij elkaar op de veranda. We zien het steeds onweren in de verte, wij gaan dus niet al te laat naar huis. Het laatste stuk is de weg nat, het is zo warm geweest dat de damp er van af komt. Een hele gekke ervaring. De laatste 500 mtr voor de camping worden we toch nog nat. Het is een kleine felle bui, maar het heeft hier best geregend, grote plassen op de weg. Hebben we het toch weer getroffen, maar een klein beetje nat geworden.



1 augustus, 252 km – naar Rita en Will

Vanochtend gaan we naar Rita en Will. Dit is anderhalf uur rijden naar het noorden. We vinden hen in één keer. Een uurtje later arriveren Tineke en Albert ook. Na de lunch gaan we een wandeling maken. Will brengt ons naar de rivier. Ik ga niet mee naar beneden. Ritske wel en hij maakt foto’s voor mij. Will heeft ook twee nieuwe knieën gekregen en hij loopt heel makkelijk naar beneden. Goed vooruitzicht voor mij. Ik hoop dat het bij mij ook zo goed gaat na de operatie. We gaan nog even een paar winkels bekijken. Ze wonen in een heel leuk dorp, Elora. Wij willen niet te laat vertrekken, want we willen bij licht weer thuis zijn. Will maakt nog een heerlijke hamburger op de BBQ. Ondertussen komen Will zijn ouders ook nog even langs. Ik heb hen in 1979 ook ontmoet. Er worden herinneringen opgehaald. We hebben al weer een gezellige familiedag gehad. Wat is het toch leuk om de familie hier op te zoeken.

2 augustus, 123 km – Lock 1 Welland kanaal en naar Chris en Anja

We breken heel langzaam op en draaien nog even een was. Daarna rijden we naar St. Catherines om de sluis op te zoeken waar Ritske zijn neef Andy is verongelukt. Er is nergens een gedenkteken te vinden, misschien doen ze dat hier niet. We willen ook nog het graf van tante Anneke bezoeken, maar dat kunnen we niet vinden. Dan eerst maar naar Rick en Angela om spullen uit de koffer te halen. Ze legt uit hoe we er moeten komen, maar nog steeds kunnen we het niet vinden. We rijden dan maar naar Chris en Anja. Helaas de gps geeft een verkeerd adres, maar wie stopt daar? Angela, hoe is het mogelijk. We moeten aan de andere kant zijn en daarna vinden we het makkelijk. We hebben weer een zeer geslaagde familieontmoeting. Later komen Tineke en Albert ook nog langs. Na het eten vertrekken we naar Tina en Art. We zitten heerlijk buiten op de veranda. Ze hebben allemaal bomen om hun huis, je zit heerlijk beschut.


 

3 augustus, 0 km – met Tina en Art naar Port Colborne – muziekfestival

Na de lunch gaan we met Tina en Art naar Port Colborne. Hier is het hele weekend feest vanwege het lange weekend. Er staan allemaal stalletjes langs de rivier en we bekijken een oud zeilschip waar jongeren kunnen leren zeilen. Om drie uur begint het concert van de ‘Beatles’. Ze spelen de hele periode van de beatles na. Het is een hele goede band. Ze kleden zich net zoals de Beatles, echt heel leuk. Na een uur hebben ze een pauze en in de pauze wordt er een Jeep Cherokee verloot. Iemand uit St. Catherines wint de jeep. Mooie prijs om te winnen. Daarna spelen de ‘Beatles’ nog een uur. Echt een super concert, waarvoor je maar $ 5 entree voor hoefde te betalen. Hierna rijden we helemaal langs het meer terug en eten onderweg in een restaurant. De spareribs smaken heerlijk. Thuis nog een lekker wijntje drinken en dan naar bed.

4 augustus, 223 km – rondje dinsdag

We hebben een rondje uitgezet helemaal langs de rivier. We rijden heerlijk door het platteland en bezoeken Brantford. Dit lijkt een grote stad, maar er zijn helemaal geen winkels in het centrum, alleen restaurants. Als we een grote ‘market’ binnen gaan, blijken er maar twee winkels open, de rest staat helemaal leeg. We rijden langs de andere kant van de River weer terug. Het blijven rechtuit rechtaan wegen. Moeilijk om kronkelwegen te vinden aan deze kant van de oceaan. We eten snel een pizza vanavond, want Tina moet boodschappen gaan halen bij de Canadese Makro voor zaterdag. Wij krijgen een uitnodiging om vanavond langs te komen op de camping waar Jenny en Durk en Rita en Will staan. Ook omke Doeke en Rinie en Ed en Grace zijn er ook. We zitten gezellig rond het kampvuur en Will maakt hotdogs voor ons.

5 augustus, 199 km – rondje woensdag

Vandaag gaan we langs de Niagara River rijden van fort Erie tot aan fort George. Het is een hele mooie tocht. We stoppen regelmatig en in Niagara on the Lake gaan we winkelen. Eindelijk vinden we daar oorbellen van Maple leafs. Ze zijn duur, maar wel heel mooi. We sturen een sms-je naar Ed, maar zijn plannen zijn waarschijnlijk gewijzigd, want we krijgen geen antwoord. Op de terugweg stoppen we bij een motorzaak om schoonmaakmiddel te kopen. De motoren moeten weer spic en span schoon gemaakt worden. Nu nog wat doeken kopen en dan kunnen we maandag los.



6 augustus, 207 km – rondje met Chris

Chris haalt ons vanochtend op om 09:00 uur en wij krijgen eerst bacon and eggs als ontbijt. Dat was een eis van Chris, Tina moest bacon and eggs voor hem maken. Hij neemt ons mee voor een toer helemaal langs het meer Erie. We stoppen bij Port Dover en lopen naar de pier. Hier ontmoeten we een stel vrienden van Chris, Bruce en Liz, die ook motorrijden. Bruce rijdt nu voor en dit gaat een stuk sneller dan Chris. Chris moet nog oefenen, hij heeft deze motor nog niet zo lang. We stoppen bij Long Island en hebben hier een lunch. Chris wil gaan zwemmen, we lopen mee naar het strand. Hij gaat net even het water in, wat een werk voor twee minuten en het water is ook nog koud. Bruce en Liz moeten op tijd weer terug zijn, en wij rijden via een omweg weer naar Dunnville. Chris vindt dat wij maar snel rijden, valt best mee, maar dat zijn ze hier niet gewend. We hebben een hele leuke dag gehad.

7 augustus, 99 km – boodschappen en pre-party bij Chris en Anja

’s Ochtends halen we schoonmaakspullen om de motor maandag te kunnen poetsen. We gaan ook nog even langs Rick om te horen of hij een grote aanhanger heeft weten te regelen. Hier heeft hij nog niet over nagedacht. Vanavond bij de pre-party maar even vragen bij iedereen. We halen met Art en Tina snel een ‘footlong’ bij de subway en gaan dan naar St. Anns. Langzaamaan komt de familie binnen druppelen. Heel leuk om iedereen te ontmoeten en te horen wat ze allemaal hebben gedaan tijdens hun verblijf in Canada. Na wat rondvragen kunnen we een aanhanger lenen van vrienden van Chris en mogen we de motoren komen poetsen en inkratten bij Andrew en Sophia. Super. Morgen nog een auto en chauffeur regelen en dan komt het helemaal goed.

8 augustus, 0 km – de REÜNIE

We staan niet laat op en helpen Art om de truck vol te laden met allerlei spullen en etenswaren die we nodig hebben op de reünie. Deze vindt plaats in een nationaal park in Niagara on the Lake. Hier mag niet gedronken worden, er is alleen koffie, thee en fris. Met de Canadese familie zetten we alles klaar en dan komt de rest ook binnendruppelen. We drinken een kop koffie en luisteren naar elkaars verhalen waar iedereen is geweest tijdens deze bijzondere vakantie/reünie. Na de lunch gaan we in twee groepen uit elkaar. De ene groep gaat naar fort George en de andere groep gaat bier proeven en baseball spelen. Ik blijf in het park, want ik kan niet zo lang staan. Er blijven nog een aantal achter en we ruimen de boel op en zetten weer een grote pot koffie. De kinderen doen allerlei spelen in het park. Als ze weer terug komen wordt er weer gezellig met elkaar over van alles en nog wat gesproken. Een cateraar brengt het eten en het smaakt heerlijk. Na het eten vertelt iedere familie iets over omke Doeke. Geweldig om al die verhalen aan te horen. Hierna ruimen we alles op onder weer meer gesprekken. Het is zo leuk om de familie te ontmoeten, vooral nu je de Canadese familie beter kent. Geweldig dat er ook zoveel kinderen van de Canadezen zijn langs gekomen. Er waren 35 mensen uit Nederland, 2 uit de US en bijna 50 uit Canada. En dat van twee mensen die geëmigreerd zijn naar Canada. Echt fijn dat er zoveel mensen uit Nederland gekomen zijn.

9 augustus, 130 km – naar de kerk en laatste rondje

We gaan met Tina en Art naar de kerk. We zouden eerst naar Jetze en Joyce, maar die zijn nog steeds op vakantie. Na de kerkdienst is er een lunch. Er worden hotdogs gebakken en er zijn allerlei salades en zoetigheden. Gratis lunch. We praten met allerlei mensen. Na de lunch gaan we nog een stukje rijden en naar Chris en Anja. Hier zijn Bert en Carolien en Akky ook. Chris en Bert gaan op de quad een rondje rijden. Daarna hebben we ons laatste ‘supper’ bij Tina en Art, een lekkere hamburger van de barbecue. De vakantie nadert zijn einde, morgen de motoren schoonmaken bij Andrew en Sophia.

10 augustus, 47 km – van Dunnville naar Vineland en motoren schoonmaken

Na het ontbijt vertrekken we richting Vineland naar Andrew en Sophia. Onze laatste rit op de motor in Canada. Als we bij Andrew en Sophia komen zijn Doeke en Else er ook nog met hun kinderen. Ze gaan naar de cottagge van Chris en Anja ‘up north’. Leuk om hen nog even te ontmoeten. We gaan de motoren schoonmaken bij een car-wash. De ontvetter die we bij een motorzaak hebben gekocht werkt niet goed. Dasty van de Wibra werkt veel beter en is ook nog eens 10 euro goedkoper. Ik koop nog wat meer doeken, want dan moeten we ze maar met doeken schoonmaken. Op de oprit van Andrew maken we de motoren beter schoon. Gelukkig werkt de auto-cleaner goed. De motoren zijn zomaar schoon. Wat een geluk dat we ze thuis zo goed hebben gepoetst, scheelt ons nu veel werk. We zijn nog maar net klaar of het begint te regenen. De garage is zo vol dat de motoren buiten in de regen blijven staan. Hopelijk is het morgen droog. Na het eten gaan we de auto van Rick en Angela ophalen, hier zit een trekhaak achter, en dan halen we de trailer op. Er is niemand thuis, maar we mogen de trailer gebruiken. Daarna rijden we weer naar Smithville en laden de kratten in. Angela rijdt mee naar Vineland, kan ze de auto direct mee terug nemen. Scheelt tijd en benzine. We doen een dekkleed over de aanhanger, blijven de kratten droog. We hebben nog een gezellige avond bij Andrew en Sophia.

11 augustus, 0 km – motoren inkratten

We hebben vannacht niet zo goed geslapen, beetje stress of we de motoren goed kunnen inkratten op de trailer. Eerst de onderkant van het krat op de trailer gelegd en dan moet de motor er op gereden worden. Gelukkig hebben bijna alle aanhangers hier oprijrekken aan de achterkant. Het gaat heel goed, we moeten alleen het achterwiel een 10 cm naar links tillen en de motor staat helemaal goed op de bodem van het krat. Nu eerst vastzetten met spanbanden, kan hij niet meer omvallen. Dan komt het moeilijkste van Ritske zijn motor, het voorwiel moet er uit. We draaien eerst de remklauwen los en de as er bijna uit. Dan komt Andrew even helpen en we hebben het voorwiel er zomaar uit. Samen prutsen we de as er weer in, gaat een beetje lastig want de voorvorken draaien alle kanten op behalve de goede. Dan kan de as gezekerd worden aan een inkeping in het krat. Weer een probleem opgelost. Nu is het nog een kwestie van het krat vullen met alle spullen die we niet nodig hebben en dichtschroeven. Dit gaat een stuk makkelijker dan de eerste keer, we weten nu hoe het moet. Dat is één krat klaar. We schuiven het krat helemaal naar de zijkant van de trailer. Ondertussen zijn Martine en Erwin gearriveerd, We eten een prima hamburger. We zitten even gezellig met elkaar te kletsen. Na de lunch gaan we met mijn motor bezig. Ritske rijdt mijn motor naar boven. Oei hij slaat af, vreemde motor voor hem om te rijden en dan ook nog een helling op. Gelukkig houdt hij de motor in evenwicht, lage motor en lange benen. Bij de volgende poging ga ik achteraan duwen, nu staat hij zomaar op de trailer, in het krat. Direct vastzetten en de rest van de spullen er in stoppen. De voorkant moet behoorlijk in de veren getrokken worden voordat het deksel erop past. Als ik mijn topkoffer op de buddyseat wil leggen beschadig ik die behoorlijk. Het ijzer wat de bodem met het deksel verbindt is best scherp. Een dikken kras erop. Na 100.000 km mogen er ook wel een paar ‘war-signs’ op zitten, helaas. De onderkant van de kratten kunnen we niet dichtschroeven, te weinig ruimte. Dit moet dan maar in het warehouse. Poeh we zijn klaar, is eigenlijk best meegevallen. Nu eerst een douche. Hierna zitten we buiten en vallen we in slaap. We krijgen weer een heerlijke maaltijd voorgeschoteld, Sophia kan heerlijk koken. ’s Avonds drinken de jongens een biertje en de meisjes een borrel uit Iceland. We hebben grote lol. Wat is het toch leuk om zulke familie te hebben.



12 augustus, 0 km. – van Vineland naar Toronto

We hebben heerlijk geslapen vannacht, geen stress meer over het inkratten. Om 10:15 uur komt Rick Hotson, een schoonzoon van Chris, om ons naar Toronto te bregen. Hij heeft op het ogenblik geen werk en heeft tijd om ons te brengen, super dat hij dit wil doen. Ritske maakte zich gisteren nog zorgen over het hoge gewicht op de trekhaak, maar pickup trucks zijn hiervoor gemaakt. Helemaal geen probleem. We nemen afscheid van Andrew en Sophia en hun twee foster children. We hebben het super bij hen gehad. We zijn nog maar net onderweg of we stoppen bij Tim Hortons voor een koffie, die wordt in de auto opgedronken, zoals ze hier altijd doen. We kunnen mooi doorrijden, bijna geen file. Omdat we met z’n drieën in de auto zitten mogen we op een aparte strook rijden. Deze gaat veel sneller, hebben wij even geluk. Bij het warehouse willen ze een boekingsnummer hebben. Dit heb ik niet, direct naar Skyfer gebeld. Jay geeft het nummer aan me en dan mogen we de kratten afladen. Met behulp van een heftruck gaat dit heel goed. Rick gaat weer naar huis, wij bedanken hem heel hartelijk voor de lift. Het laatste krat schroeven we aan de onderkant nog dicht en we krijgen een getekend papier als bewijs dat we de kratten hebben afgeleverd. Bij de balie vragen we of ze een taxi voor ons willen bellen. Deze brengt ons naar het vliegveld. Nu begint het lange wachten. We vertrekken pas om 11:00 uur vanavond en het is pas 13:00 uur. Na wat gegeten te hebben ontdekken we op een andere verdieping een rij banken waar je fatsoenlijk kunt zitten. Hier werk ik mijn verslag bij.

28 september, de motoren worden weer thuis gebracht.

Het heeft een week langer geduurd dan gepland dat de motoren weer terug zijn. Skyfer was vergeten om langs de Canadese DGM te gaan. Het maakt niet uit, ik kan toch niet motorrijden omdat ik net een nieuwe knie heb gekregen. Ritske zit wel op hete kolen, hij wil dolgraag nog een herfstrit rijden. De eerstvolgende zondag is het mooi weer en rijdt hij zijn rit. Roelof neemt mijn motor direct in beslag, zijn auto is afgekeurd voor de apk en moet naar de sloop. Mijn motor is niet geheel onbeschadigd terug gekomen, er zitten twee deukjes in de tank. Er heeft iemand over het krat gelopen en zo is het stuur in de tank gedrukt. We maken foto’s en proberen de schade op de transportverzekering te verhalen. We hebben een super vakantie gehad. Zowel de reis door Amerika als de familiebezoeken en reünie in Canada. Zeer indrukwekkend.

Later kregen we van de verzekering een nieuwe tank voor de Honda. Eind goed, al goed.

Home